%user_javascript%
mrt 2008

7 x Boekenbal

Ik was er eerder in 1990, 1995, 1997, 1998, 2000 en 2003. En nu ga ik weer, voor de zevende keer. Ik ga niet blasé doen, ik vind het hartstikkeleuk. Het is net Carnaval, je verheugt je en wanneer je na afloop vraagt, was het het waard, dan zeg je 'mwah'. Nou en. Heb je de voorpret al gehad. Dit jaar mag ik ook van tevoren dineren, samen met J. Bernlef (die eigenlijk H. Marsman heet), en alle andere auteurs van Nijgh & Van Ditmar/Querido.

Bernlef heeft ooit in een Bulkboek het schrijverschap mooi samengevat:
'Dat denken mensen vaak, dat schrijvers mensen zijn die veel hebben meegemaakt. Nee, schrijvers zijn mensen die zoveel mogelijk willen meemaken.'

Je leest wel eens van die ontboezemingen van aspirant-schrijvers die eerst veel willen meemaken voordat ze kunnen schrijven. Nee, dat worden lekkere boeken, als je jarenlang bij alles wat je doet bedenkt of je het misschien zou kunnen gebruiken. Het zal je vriend/vriendin maar zijn.

Afijn. Foto's zal ik niet hebben, de acculader van mijn Ixus 950 is kwijt en ik heb pas overmorgen een nieuwe. De oude zal wel feest vieren met een USB-adapter, een 1 GB USB-drive, een 1 GB SD-kaart, een accu voor mijn inmiddels kapotte Ixus 430 en meer van die kleine dingetjes. Of zouden ze in de sokkenhemel zijn, waar 13 exemplaren zitten, gemist door hun 13 wederhelften in mijn sokkenla.

Nou ja, literaire rellen zitten er toch niet meer in. Ik heb ze nog niet meegemaakt, maar ik zou ze wel graag willen meemaken,

Wat je zoal in een kapotte printer kan vinden

Ook als je geen Portugees spreekt nog grappig, de foto's spreken voor zichzelf.

Een luierbroekje in het blacklight

fokkesukke
In 1999 schreef ik voor foksuk.nl een column waarin ik uiteenzette dat Fokke & Sukke twee perfecte carnavalsvierders waren. Het is over het algemeen moeilijk uit te leggen wat carnaval precies inhoudt. Voor een buitenstaander is het een chaotisch zuip- en neukfestijn met slechte muziek. Er zijn ongeschreven regels om te voorkomen dat het een puinzooi wordt en dat maakt de festiviteiten ingewikkeld voor iemand die er niet mee is opgegroeid.
Met Fokke of Sukke als voorbeeld kun je je moeiteloos handhaven in Ut Zwaajgat, Oapenlaand of Krabbegat. Met carnaval regeert de omkering. Iedereen wordt met schaamteloosheid en onbeschoftheid tegemoet getreden en vooral wordt alles letterlijk genomen of dubbelzinnig opgevat. Daarmee kun je mensen tot razernij brengen, geloof me. En leuk dat dat is.
Als tegenprestatie voor de column kreeg ik Jean-Marc van Tol zo ver vier stickers te tekenen voor carnavalsvereniging De Frotters, die ik in 1981 opgericht heb. Waarop hij weer als tegenprestatie verlangde dat hij met mij carnaval mocht vieren. Hoe kon ik nee zeggen?
Ik zal het nooit vergeten, die 22ste februari 1999, toen we met een grote groep carnavalsvierders aankwamen op het station van Breda voor de jaarlijkse kroegentocht. Daar stond Jean-Marc, in een dikke winterjas, met een Pampers luierbroekje op zijn hoofd.
Nu zijn we met carnaval nooit eenkennig, dus een zonderling wordt liefdevol opgenomen en meegevoerd in een katharsische reis van kroeglopen, bardansen, lantaarnpaalhangen, dienbladjongleren en schminksmeren, maar op een of andere manier wilde het met Jean-Marc niet lukken.
Het Pampertje lichtte fel op in het alomtegenwoordige blacklight, en het was altijd langs de kant, of in een hoek. En altijd bewegingloos. Toen ik Jean-Marc op een wc trof, waar hij Fokke & Sukke’s op de muur tekende terwijl in het café het bier per tweehonderd werd aangedragen, brak mijn hart. Ik sleurde hem het feestgedruis in en plantte hem aan de bar. Toevallig waren er twee meisjes een wedstrijdje aan het doen: wie de meeste mannen aan hun zachte-g-plekje kon laten zitten. En ze kwamen onze kant op. Jean-Marc keek nerveus trillend om zich heen. De enige reden waarom het zweet niet van zijn voorhoofd liep was dat kekke Pampertje. De meisjes stonden al naast hem toen hij resoluut zijn spaatje op de bar zette en wegliep. Ik heb hem nooit meer teruggezien.
Ik had natuurlijk beter moeten weten: je moet personages nooit met hun schepper verwarren.

(Mijn bijdrage aan
Fokke en Sukke kunnen het niet alleen, binnenkort in de boekhandel.)