De Postduif

[Voor het Politiek Café Zundert schreef ik de volgende column. Ik heb hem op 5 maart voorgelezen in Cultureel Centrum Van Gogh te Zundert. Voor deze site heb ik hem licht aangepast.]
annakloosteroud
Ik ben opgegroeid in de Heerdgang in Zundert. In een straal van 50 meter zaten twee duivenmelkers. Regelmatig maanden ze ons, spelende kinderen op straat, tot stilte omdat de duiven binnen moesten worden gelokt met gefluit en een rammelend bakje.
Het lijkt erop dat ik ook zo’n postduif ben die naar huis vliegt zogauw er met maďs gerammeld wordt.

Zundert ‘naar huis’ noemen, dat is wel een beetje gek voor iemand die daar 27 jaar geleden werd uitgeschreven uit de burgerlijke stand. Maar toch voelt het zo. Ik heb tien jaar lang het halve dorp van eieren helpen voorzien. Mijn vader heeft decennialang het halve dorp van kolen, stookolie en benzine voorzien (als die benzine in België tenminste niet veel goedkoper was) en mijn moeder heeft de halve bejaardenpopulatie de Horlepiep laten dansen en alle gehandicapten Sur le Pont d'Avignon leren spelen op een melodica. Er is geen straat waar ik niet geweest ben, er is geen Zundertse kop die ik ooit gemist heb.

Ik heb twintig jaar binnen en net over de Utrechtse singels gewoond en nog steeds adem ik dahlia’s, Van Gogh, de Buissche Hei, de Groko, maďsvelden, vrachtverkeer door de Molenstraat, ‘Wa motte de meense nie denke’ en ‘Wa kost da en en wa brengt da op’ in en uit. Als ik in Utrecht voor het raam sta en naar buiten kijk is het net alsof ik in de Heerdgang sta en door de hele Tuintjes naar de Wildertsedijk kan kijken, waar elk moment de groene VW-pickup met de olietank erop de hoek om kan draaien. En nergens, nergens in Utrecht is de friet zo lekker als die van de Seit in Zundert. Al was het alleen maar omdat ze dat in Utrecht ‘patat’ noemen.

Voor veel mensen die hun geboortedorp of -land verlaten blijft de tijd aldaar stilstaan. In hun hoofd ontstaat langzaam een openluchtmuseum dat niets meer te maken heeft met de realiteit. Nee, Nederlanders in Canada, wij schrobben onze stoep niet meer en ja, Berbers in Nederland, in het Rifgebergte hebben ze gsm’s en satelliet-tv.
Gelukkig is Zundert de uitzondering, want zoals iedereen inmiddels weet, in Zundert gaan dingen anders. In Zundert is na mijn vertrek in 1979 niets veranderd.
Hoe weet ik dat nou, zult u zeggen (Hoe wittegij da nou?)
Simpel. Ik heb de verkiezingsprogramma’s van de plaatselijke politiek partijen gelezen.

Al zolang ik weet is de verkeersdruk in de Molenstraat een probleem. Dat was voor 1971, toen er soms files stonden van Wuustwezel tot aan Rijsbergen en dat was ook daarna, toen de E10 (later E19) werd omgelegd. Ook toen werd er gesteggeld om busverbindingen met naburige dorpen. Vooral aan het begin van het schooljaar als de eerste slagregens de brugklassertjes doorweekt uit Etten lieten thuiskomen. Het milieu was een probleem, met groente- en vleesafval dat door de grote beek voorbij dreef en autowrakken die in sloten werden achtergelaten. Het bleef elke zondagavond nog lang onrustig in het dorp als de cafés in de Katerstraat uitgingen en in het buitengebied werden soms uit de Antwerpse haven gestolen partijen sigaretten gevonden. Om over de Barocci, voorheen ’t Paaltje, maar te zwijgen.
Verkeer, bereikbaarheid, milieu, leefbaarheid, veiligheid, drugsoverlast.
Het is allemaal hetzelfde gebleven. Een gevecht tegen windmolens.

Dat wil niet zeggen dat ik met plezier toekijk hoe Zundert geen steek is veranderd. Want Zundert moet veranderen.
In Utrecht is sinds 1998 Leefbaar Utrecht aan de macht. Ze hebben met het begrip ‘leefbaarheid’ iets ontketend waar ze zelf van geschrokken zijn. Hun doel was de gevestigde, aan het pluche geplakte, politiek op te schudden. Ze wilden het megalomane plan om het barre stadshart Hoog Catharijne uit te breiden naar een menselijke maat terugbrengen – wat niet mogelijk bleek omdat de private partijen het voor het zeggen hadden. Maar ze hebben het geprobeerd en er is wat veranderd. Ik heb uit volle overtuiging twee keer op ze gestemd en ik zal dit jaar uit volle overtuiging niet meer op ze stemmen. De laatste twee jaar loop ik zelfs alleen maar op ze af te geven. En dat is mijn goed recht want ik heb op ze gestemd.

Ik heb gestemd.

Ruim een jaar geleden bedacht ik samen met mijn vrouw een plan voor het Annaklooster. Niet gehinderd door enige kennis over old-boys-netwerken, politieke gevoeligheden, vetes die teruggingen op een bloedneus op het schoolplein en de economie van de middenstand, stuurden we van ons laatste spaargeld enkele honderden plannen rond. We wisten dat de kans klein was dat het uitgevoerd zou worden, maar we wilden laten zien wat er mogelijk was. En dat het mogelijk was.
‘Een mooi plan,’ zei iemand tegen me. ‘Ik zou willen dat het zou lukken. Maar ik denk niet dat dat gaat gebeuren. Dat is toch allemaal geregeld. Dat hebben de hoge heren al beslist. Daar kun je niets aan doen.’

En hier kom ik weer als postduif. Iedereen weet dat postduiven twee dingen heel goed kunnen: berichten rondbrengen en op standbeelden schijten. Dus bepaal zelf of ik nu een bericht breng, of op een standbeeld kak als ik zeg:
"Ga stemmen!"
"Ga stemmen!"
Want alles is niet allemaal al geregeld, als je dat wilt. Aan alles is iets te doen. Zundert is niet van de politieke partijen. Zundert is niet van de Kamer van Koophandel. Zundert is niet van Breda. Zundert is niet van de kerk. Niet van de aannemers, niet van de projectontwikkelaars. Zundert is van jullie, de inwoners van Zundert (en ook een beetje van mij).

Elke winter is er een strijd tussen het Groningse Noordlaren en het Drentse Veenoord (Van Gogh!) wie er als eerste een schaatswedstrijd op natuurijs weet te organiseren. En elke vier jaar lukt het Renswoude weer als eerste de stemmen van de kamerverkiezingen geteld te hebben.
Ik stel voor dat we Zundert, alfabetisch een van de laatste woonkernen van Nederland, een nieuwe opdracht geven in de vaart der volkeren. Na van Gogh, na bloemencorso moet Zundert het dorp worden met het hoogste opkomstpercentage van Nederland.