Het paalsyndroom

Nooit gedacht dat ik ooit ‘Houd de dief, houd de dief’ schreeuwend achter een junk op een damesfiets met uitpuilende fietstassen zou rijden. En toch, daar ging ik, dwars door Utrecht, via winkelgebieden, achterafstraatjes en doorgangswegen tot meneer afstapte en mij achterliet met de boodschappen.
Het was 1994. Ik zag hem op klaarlichte dag de fiets jatten op de Vismarkt in het centrum. Meerdere mensen waren getuige, niemand deed iets. Een vrouw kwam naar buiten en riep: ‘Mijn fiets!’ Ik riep: ‘Daar gaat hij!’ En zij riep: ‘En nu?!’

Goede vraag.

Dus ik stoempte op mijn trappers en zo reden de junk en ik als twee pedaalridders door de stad in een patattenconcours. En terwijl ik flanellen benen kreeg en het snot voor de ogen had zag ik de fietsenjunk een Joop Zoetemelk-demarrage maken. Maar ik bleef doorkachelen, in de hoop het gat te dichten, terwijl ik de longen uit mijn lijf schreeuwde. ‘Houd de dief, houd de dief!’
Maar niemand hield de dief.

Mensen worden op deze manier doodgeslagen en verkracht. Of ze verdrinken, met een kring van omstanders, die verlamd staan toe te kijken. Het is een eigenaardig psychologisch fenomeen, dat het paalsyndroom genoemd wordt. Voor zover ik weet verwijst de naam naar ‘als een paal blijven staan’. In plaats van actie te ondernemen doen getuigen van een verdrinking of vechtpartij helemaal niets. Je kunt je voorstellen dat niemand bij een vechtpartij betrokken wil worden, maar werkeloos toekijken bij een verdrinking? Hoe minder mensen getuige, hoe kleiner de kans op paalsyndroom, hoe groter de kans dat je er ongedeerd van af komt. Dat is ook weer gek.

Ik wil mezelf ook weer niet heldhaftiger maken dan ik ben. Toen ik de junk de fiets zag stelen, zei ik toen: ‘Wat doe je daar schavuit, zet dat rijwiel eens snel terug of je krijgt een watjekouw.’? Nee. Ik liet het gebeuren. Ik keek de junk zelfs na tot de eigenaresse van de fiets zich in paniek afvroeg waarom niemand ingreep.

Natuurlijk vond ik dat er iets moest gebeuren, maar ik voelde me niet meteen geroepen om dat uit te voeren. Waar is de politie dan ook als je die het hardst nodig hebt, gooi je eens geen geld in de meter, dan weten ze je meteen te vinden. En er liepen wel honderd mensen, waarom zou ik dan weer de held moeten spelen?

In Nijmegen werd een keer een drugsdealer voor een vol terras vermoord. De toeschouwers applaudisseerden na de schietpartij, ervan overtuigd dat ze een fraai stukje straattheater hadden gezien. Ik neem aan dat veel Utrechters die de krankzinnige achtervolgingsrace bekeken óók dachten dat het niet echt was. Ik geloofde het zelf maar amper.

Een paar weken terug was het weer zover. ‘Hij heeft gestolen!’ hoorde ik roepen. Een jongen liep keihard weg met een stapel kleren, dus daar ging ik, fietsend in de achtervolging.

Het verloop was deze keer minder gelukkig, de winkeldief wist me te ontkomen (al wist de politie hem later alsnog te vangen). Ik kon namelijk het ‘Houd de dief’ niet meer uit mijn strot krijgen. Ik denk namelijk dat het paalsyndroom daar zijn naam aan ontleent komt: je staat voor paal.