Leedvermaak om Tommy Wieringa
09 mei 2006, 11:23
Stel, je bent
literair recensent van een van de grootste kranten
van Nederland. Er verschijnt een roman, de vierde
alweer, van een schrijver die een tijdlang tot de
generatie Nix werd gerekend. Je haat alles wat met
die 'beweging' te maken had, dus je slaat dat boek
gewoon over. Nix, dat is Giphart, dat is Zwagerman,
dus dat kan niks zijn, dat boek.
En opeens is het boek een bestseller. Andere grote kranten prijzen het aan als de literaire knaller van het jaar. Het boek wordt voor elke grote literaire prijs van Nederland en België genomineerd. De schrijver verschijnt op radio, tv en in elke krant. Ook de jouwe.
Ja. Daar sta je dan. En nu?
Maar dan gebeurt er voor jou iets geweldigs: het boek wordt wel genomineerd, maar het wint niet. Bij elke uitslag wijd je zowat een groter artikel aan het boek dat niet wint dan aan de winnaar. En als de vierde en laatste prijs niet naar dit boek is gegaan staat je artikel zelfs op de voorpagina van de Volkskrant.
Omdat je Nederlands heb gestudeerd en een beetje verstand van retorica hebt schrijf je zonder ogenschijnlijk waardeoordeel over het boek van Tommy Wieringa. Maar je noemt hem wel de Joop Zoetemelk van de literatuur. En je haalt wel iedere keer Wieringa als verliezer aan. Zonder waardeoordeel. Wieringa. Die niet won. Vier keer. Met citaten. Zonder waardeoordeel. Zodat hij wel als slecht verliezer overkomt. Het zelfgenoegzame leedvermaak druipt van de pagina.
En zo heb je jezelf vier keer gerechtvaardigd. Ja, je hebt Joe Speedboat gemist, maar zo laat je iedere keer weten dat jij als enige hebt gezien dat het geen goed boek is en dat je het terecht niet besproken hebt.
Knap hoor, Arjan Peters. Wat moet het fijn zijn om Arjan Peters te zijn. Als je Arjan Peters bent.
En opeens is het boek een bestseller. Andere grote kranten prijzen het aan als de literaire knaller van het jaar. Het boek wordt voor elke grote literaire prijs van Nederland en België genomineerd. De schrijver verschijnt op radio, tv en in elke krant. Ook de jouwe.
Ja. Daar sta je dan. En nu?
Maar dan gebeurt er voor jou iets geweldigs: het boek wordt wel genomineerd, maar het wint niet. Bij elke uitslag wijd je zowat een groter artikel aan het boek dat niet wint dan aan de winnaar. En als de vierde en laatste prijs niet naar dit boek is gegaan staat je artikel zelfs op de voorpagina van de Volkskrant.
Omdat je Nederlands heb gestudeerd en een beetje verstand van retorica hebt schrijf je zonder ogenschijnlijk waardeoordeel over het boek van Tommy Wieringa. Maar je noemt hem wel de Joop Zoetemelk van de literatuur. En je haalt wel iedere keer Wieringa als verliezer aan. Zonder waardeoordeel. Wieringa. Die niet won. Vier keer. Met citaten. Zonder waardeoordeel. Zodat hij wel als slecht verliezer overkomt. Het zelfgenoegzame leedvermaak druipt van de pagina.
En zo heb je jezelf vier keer gerechtvaardigd. Ja, je hebt Joe Speedboat gemist, maar zo laat je iedere keer weten dat jij als enige hebt gezien dat het geen goed boek is en dat je het terecht niet besproken hebt.
Knap hoor, Arjan Peters. Wat moet het fijn zijn om Arjan Peters te zijn. Als je Arjan Peters bent.







