Into Amy

Ik heb de hele godganselijke dag Amy Winehouse op staan. Zoals altijd sukkel ik achter de ontdekkingen aan. Dat heeft met mijn verknipte karakter te maken. Als iedereen er over begint te praten ('Weet je wat ook goed schijnt te zijn?'), dan hoef ik al niet meer. Waarom is dat eigenlijk? Misschien omdat het merendeel van die mensen ook niet verder komt dan er over praten. Napraten. Er zijn mensen die zich druk maken over de economie. Er zijn mensen die zich druk maken over het milieu. Er zijn mensen die zich druk maken over de islamisering. Ik maak me druk over de domheid van de mens. Of eigenlijk, ik maak me er allang niet meer druk over, ik trek me er niets meer van aan wanneer iemand 'doedoei' zegt bij het weggaan. Of 'meis' tegen een meisje zegt. Of naar 'Boer zoekt vrouw' kijkt. Ik verlies alleen de interesse in dat soort mensen. Er zit iets namelijk iets behaagzieks in die woordkeuze en dat gedrag. Een voortdurend signaal van 'ik hoor erbij'. Ik hoor ook ergens bij, maar dat voortdurende 'rondcommuniceren' maakt me misselijk. Het paradoxale is dat dit opschrijven ook al zo walgelijk behaagziek is.

En zo was ik bijna Amy Winehouse misgelopen. Maar nu is ze van mij en geen enkel puber kan haar van me afnemen. Ik word gelukkig als ik naar haar stem luister. Dat is het. Gelukkig. Dat het nog bestaat.