In Sri Lanka: Weer thuis

Hoe snel je weer gewend bent aan Nederland... De terugreis ging redelijk voorspoedig. Ik heb de zondagavond doorgebracht in bed, voor de tv en drie films gekeken: Hancock, een romantisch niemendalletje met Warren Beaty en Annette Bening en Beowulf, ook een niemendalletje. Mijn rust werd verstoord door weer zo'n enorme kakkerlak in de badkamer. Ik heb hem uiteindelijk bewusteloos gesprayd met 40% DEET muggenspray. Het leek zelfs of hij aan het oplossen was, maar doodgaan, ho maar. Met veel wc-papier heb ik hem opgepakt en in de plee gegooid. Het vernis op de deur loste overigens wel op. En dat spuit je dan weken lang op je huid...
's Ochtends bleek er geen take away ontbijt voor me te zijn, zoals beloofd, en de behulpzaamheid was ook volkomen weg bij het verlaten van het hotel. De portier ging een tuktukchauffeur voor me regelen en wie reed daar voor? The bad buddhist. Ik liet weten dat ik geen prijs stelde op deze meneer en moest dat bekopen met extra lang wachten. Op het busstation nam ik de bus naar het vliegveld. De rit van 30 kilometer duurde maar weer eens een uur, voornamelijk omdat de bus pas wegrijdt als hij vol is en zolang er nog plek is stopt hij bij elke bushalte, passagiers opzuigend als een stofzuiger.
Het vliegtuig vertrok met enige vertraging omdat ik veel te laat bij de gate was. Ik had een espresso genomen, mijn pagina's doorgestuurd en de taxfreeshop bekeken. Je mocht er alleen met buitenlandse valuta betalen. Ik stond met een fles arrack in mijn hand (veel duurder dan in de supermarkt) toen ik opeens aangesproken werd door een paniekerige jongeman. Bleek dat ze me al de hele tijd aan het omroepen waren en dat 'offloading your luggage' bijna aan de gang was. Maar ja, als je de hele tijd roept dat 'Mister Zjákoboes' zich moet melden kun je niet verwachten dat ik reageer.
Afijn. Om elf uur zat ik alweer aan het kipfiletje met een glas wijn. Ik heb de tijd doorgebracht met
The Simpsons Movie en Miss Congeniality. Geen fut om te lezen. Omdat het vliegtuig te laat was vertrokken (nooit begreep ik die sukkels in realityprogramma's over luchthavens) hadden we in Doha een extreem korte overstaptijd van 20 minuten, inclusief het passeren van de security. Het kwam er uiteindelijk op neer dat het vliegtuig veel later vertrok dan gepland. Tijdens de tweede vlucht heb ik Night in the Museum I en II gekeken en Harry Potter and the Goblet of Fire. Ik kon geen ingewikkelder gedoe meer aan.
In
Miss Congeniality speelt William Shatner, die ik weer ken uit Star Trek en een van de films die ik op de heenweg zag was de meest recente Star Trek, waarin James T. Kirk een rebel without a cause is. Over serendipiteit gesproken. In twee boeken die ik bij me had, Are You Experienced en Smilla's gevoel voor sneeuw, komt de anekdote voor van de worm onder je huid die je voorzichtig moet verwijderen door hem vanaf de kop rond een houtje te draaien, elke dag een paar centimeter meer. Geen idee of het verhaal ook in De slinger van Foucault staat. Het zou mooi zijn geweest, maar ik heb het boek weggelegd. Al dat gedoe over de vrijmetselaars en de Priorij van Zion. Dat ken ik nu wel van de film National Treasure en de Da Vinci Code. Ik weet wel dat Eco eerder was dan Dan Browne, maar ik heb er genoeg van, met terugwerkende kracht.
In Londen had ik ook anderhalf uur kwijt te maken. Ik heb daar nog in de taxfreeshop gestaan met eau de toilette, maar ik ben niet in staat iets te kopen als ik niet weet of het nu een koopje is of niet. Ik moet de gangbare prijs van iets weten. Zelden is een taxfreeshop echt goedkoop, op sigaretten na.
De vlucht naar Schiphol zou 70 minuten duren, naar mijn gevoel was het 10. Waarschijnlijk heb ik geslapen, wat voor mij vrij bijzonder is, want ik slaap zelden zittend, en zeker niet in het openbaar vervoer. Ik had thuis gezegd dat ik zelf wel thuis zou zien te komen, maar gelukkig was mijn lieftallige echtgenote gekomen om me op te halen. Ik was inmiddels meer dan twintig uur wakker en hondsmoe.

Nog steeds ben ik hondsmoe, elke avond lig ik voor tienen in bed. Ik ga de symptomen van malaria (de slaapziekte, toch?) en dengue maar eens opzoeken, hypochonder als ik ben.

Meer dan elfhonderd foto's heb ik gemaakt, bijna 16GB aan bestanden. Daar moet wel iets goeds tussen zitten. Nu het verhaal nog.

In Sri Lanka: The bad buddhist

20sept

Ik verliet vandaag Galle een beetje rozig. Wat een fijne plek om te zijn. Wat een aardige mensen, wat een relaxte sfeer. Ik ben met de trein naar Colombo gegaan, broodje in de trein gekocht, NewScientist uit 2007 gelezen (ik moet weer een abonnement nemen, ik blijf gefascineerd door kwantumfysica. En eigenlijk door alles wat de zin van het bestaan zou kunnen verklaren, anders dan 'god' of 'iets').
Colombo was rustig, vanwege de zondag (raar dat ze hier zondag kennen). Ik had een kamer geboekt in het Colombo City Hotel. Ik was eerst een beetje knorrig over ze, maar uiteindelijk lopen het vuur uit de sloffen voor me. Ik krijg zelfs een ontbijt mee, omdat ik al voor het ontbijt moet vertrekken naar het vliegtuig.
Meteen na het inchecken heb ik me door een haag tuktukchauffeurs gewurmd en ben lopend naar Pettah gegaan, de wijk waar alle winkels zitten. Natuurlijk liep ik verkeerd, maar uiteindelijk kwam ik op de juiste plek terecht voor spotgoedkope souveniers. Weer de hele tijd lastig gevallen door vrienden die allemaal in Nederland waren geweest en die goedkope plekken voor me wisten, maar uiteindelijk toch ook nog een adresje voor goedkope edelstenen en goud hadden. Maar ik heb ze losgeweekt. Tuktuk naar mijn hotel genomen, want ik wilde ook nog naar de beroemdste boeddhistische tempel van Colombo, Gangarayama. Een breedlachende tuktukchauffeur bracht me er nog naar toe voor 300 roepie. Niet echt goedkoop, maar ik had ook geen idee waar ik moest zijn en je betaalt als toerist standaard het dubbele van wat de plaatselijke bevolking betaalt (tenzij iemand uit de plaatselijke bevolking voor je afrekent of bestelt). Hij begon meteen dat hij me nog meer kon laten zien. Maar ik had geen belangstelling. Bij de tempel ging hij met me mee, fotografeerde me bij een olifant en legde alles uit. Ik kreeg een touwtje rond mijn pols, want dat deed iedereen, tsja. Toen wilde ik wel van hem af, want hij ook begon ook alweer over een goedkope plek om edelstenen te kopen. Ik vroeg hem om me naar het Galle Face Hotel te brengen omdat ik daar een afspraak had. Maar hij had nog tijd over, blablabla. Ik hield voet bij stuk en voor de deur van het hotel moest ik duizend roepie betalen, een schandalig bedrag (ook al is het maar iets van zes euro). Dus ik heb hem gezegd dat hij een slechte boeddhist was. Ik hoop dat hem alle ellende die in de tempel werd afgebeld zal overkomen en dat hij jaren in de hel zijn roepies moet tellen.
In het Galle Face Hotel heb ik genoten van het uitzicht en de koloniale sfeer en daarna ben ik naar de green gegaan, het enorme grasveld waar op zondag hele families rondhangen en naar de ondergaande zon kijken. Fantastisch was het, lachende kinderen, verlegen verliefde stelletjes, handgemaakte vliegers in de lucht. Ik heb er twee gekocht. Prachtig, helemaal met de hand geplakt en versierd.

DSC_9153

De zon liet het weer afweten. Maar het bleef een mooi spektakel.

DSC_9195

En wat een treurnis op het strand. Geen schelp te zien. Alleen maar plastic, plastic en plastic.

DSC_9208

Mijn hotel bleek op loopafstand. Het bleek ook in een 'high security zone' te liggen, dus ik werd de hele tijd ondervraagd waar ik heen ging en alle kanten op gestuurd. Meneer de slechte boeddhist stond weer voor de deur, maar hij dook meteen weg.
Mijn camera weggelegd en terug naar buiten gegaan om iets te eten. De haag scharrelaars was dikker en vasthoudender dan ooit, maar ik ben gewoon een hotel ingedoken (zoals ze hier een goedkoop restaurant noemen), waar ik kon aanschuiven en een bord
kottu heb genomen. Wilde dat altijd al een keer nemen omdat het met veel misbaar gemaakt wordt, met ritmisch hakkende messen. Kostte geen drol en de mensen aan tafel vroegen ook de hele tijd dingen aan me, maar dat was echte belangstelling, niemand wilde iets aan me verkopen.
Terug in mijn hotel geprobeerd mijn twee boarding passes uit te printen, maar jawel, men werkt hier natuurlijk met Windows en ze hadden geen idee hoe ze moesten printen. Ben benieuwd hoe ik dat morgen moet oplossen. Ik zie wel. Ik heb de portier om een betrouwbare tuktukchauffeur gevraagd. Ik ga met de bus naar het vliegveld.

Jammer dat de slechte boeddhist in de tempel was, want ik had daar best wel een tijdje willen rondhangen. Ik mocht dus de olifant voeren, stukken brood in haar bek stoppen en haar aaien (in ruil voor 100 roepie). Het was ontroerend. Toen ik haar aaide keek ze me aan, ik zag dat ze me fixeerde. Ik had met haar te doen, met één poot aan een ketting. Raar gevoel ook, je hand in zo'n grote zachte tandenloze mond.

olifant

Dat touwtje laat ik overigens aan mijn pols. Niet uit enige boeddhistische overweging, maar om me eraan te herinneren dat je altijd moet uitkijken voor scharrelaars en kruimelaars.

touwtje

En zo eindig ik mijn laatste dag in een kamer met airco en het filmkanaal op tv.

In Sri Lanka: Laatste werkdag

19sept

Mijn zoektocht naar de trein die door de tsunami is weggevaagd en als monument is achtergebleven was vergeefs. Hij is naar Colombo gebracht. Toch geen slechte dag gehad, al werd ik helemaal gek van de scharrelaars. Ik heb inmiddels geleerd te zeggen dat mijn vrouw in het hotel op me wacht, anders blijven ze maar aandringen dat ze een leuk meisje voor me weten. Ook zeg ik nu dat ik elk jaar in Sri Lanka kom, dan taaien ze ook eerder af.
Het was ontzettend warm – terwijl de dag koel en met regen begon – en in de bus was het ontzettend druk. Tenzij je op de beginhalte instapt, word je geacht in te stappen terwijl de bus nog rijdt. Lekker, met een Nikon D80 rond je nek. Ik was niet helemaal lekker door mijn darmprobleem en stond te wiebelen op mijn voeten. Op een gegeven moment verloor ik bijna mijn evenwicht. Ik zag mezelf al met conducteur en al naar buiten rollen.
De laatste honderd meter heb ik gelopen, ik trok het niet meer, het optrekken en afremmen, de uitwijkmanoeuvres en de zweetoksels naast me.

DSC_9079

Eenmaal thuis met de eigenaar van Weltevreden zijn verjaardag gevierd, met een taart en thee. Er was een Amerikaans meisje aanwezig, van oorsprong via haar grootouders uit Tamil zuid-India. Ze is bezig met een onderzoek van 18 maanden over hulp uit het buitenland en religie. Veel Amerikaanse NGO's laten hun hulp gepaard gaan met zendelingwerk. Geen wonder dat Sri Lanka die lui schijtziek is.

DSC_9087

Met haar een tijdje gepraat en daarna nog langer met de eigenaar, over Galle Fort en de tsunami. Mooie verhalen die ik zeker kan gebruiken. Het is een grappige, hoogopgeleide man. Zondag was een slechte dag om naar Colombo te gaan, zei hij, omdat daar dan alles dicht is. Nou, alles, dat zal vast wel meevallen. Van de andere kant maakt dat Colombo dan ook een stuk rustiger.

Weer eens op een openbaar toilet gehurkt vandaag. De stront zat tot heuphoogte op de muren (en toen moest ik nog beginnen) en de deur sloot niet. Het kon me allemaal niets meer schelen, alles beter dan het in je broek doen. Maar waarom ik dan 5 roepie moest betalen was me niet helemaal duidelijk, ik had niet het idee dat de plee na elk gebruik werd ontsmet. Eric vertelde me dat de beste manier om weerstand op te bouwen is door je tanden te poetsen met kraanwater. Dan krijg je kleine doses besmet water binnen en dat kan je lichaam wel aan. Toen hij in Arugam Bay was raakte hij ook aan de buikloop. Waarschijnlijk hebben ze daar een andere stam bacteriën, dacht hij. Ben er nog niet aan uit of ik iets ga eten, vanavond, of dat ik me tot een pak wafeltjes zal beperken.

DSC_9118

Dit is Weltevreden bij nacht (die hier om half zeven invalt). Mijn hotel in Colombo is gereserveerd. Ik kan vertrekken.

In Sri Lanka: Maar wij hebben mussen!

legoaan

In Sri Lanka: Eten, met Immodium na

Eric vertelde me gisteren hoe gasten hier ontvangen worden voor de lunch of het avondeten. De tafel wordt volgezet met eten en er komt één bord te staan. Daarna kijkt de hele familie belangstellend toe hoe het eten bevalt. Dat vinden zijn beleefd. Wat van jou dan als beleefd wordt ervaren is veel smakken en geluiden maken en voortdurend zeggen hoe lekker het is. Zo zat ik dus bij het schoolhoofd me ongemakkelijk te voelen, maar hij was juist erg beleefd. Toen ik een zowel als haar een cadeautje gaf raakten ze in paniek want ze hadden niets om aan mij te geven, waarna ze iets uit hun eigen collectie inpakten.

Het is nu half zeven in de ochtend, mijn laatste 'werkdag'. Ik heb wel iets verkeerds gegeten. Of de ultragoedkope rotti van gisteren, of de peperdure lauwe tandoori kip wrap die ik in Unawatuna op het strand nam. Om 8 uur heb ik ontbijt besteld, gewoon westers – dwz. toast, ei, jam, koffie – dus ik heb nog wel even om mijn darmen te legen. Na de koffie verwacht ik wel een vieze tsunami en daarna zal ik maar weer eens een dosis Immodium innemen, zodat ik in ieder geval tot en met mijn thuiskomst nergens meer last van heb.

Als je hier woont, zoals Eric vertelde, moet je er gewoon doorheen. Het is een kwestie van weerstand opbouwen en dat doe je alleen door gewoon het water maar te drinken. Arul vertelde me dat de gewoonte van het met de vingers eten voortkomt uit het idee dat je zo de viezigheid aan je vingers mee naar binnen krijgt en zo weerstand opbouwt en je eten beter verteert. Toen ik mijn vaccinaties ging halen zag ik wereldkaart met daarop de landen waarvoor je níet gevaccineerd hoeft te worden. Dat is een een schraal beetje. Noord-Amerika, het allergrootste deel van Europa en wat landen in Azië. Een beetje paradoxaal ook dat de grootste bevolkingsgroei plaatsvindt in de landen waar vaccineren geen gewoonte is (en te duur ook). Je zou bijna de mafkezen van Iwanttoknow.com gaan geloven...

In Sri Lanka: Serendipiteit

Ik ken het Arabische sprookje van de Prinsen van Serendib niet uit mijn hoofd. Zeven prinsen, geloof ik, worden door hun vader, de koning van Serendib, zoals de Arabieren Sri Lanka noemden, met een opdracht weggestuurd. Geen van allen weten ze aan hun opdracht te voldoen, maar allen komen ze terug met iets dat even waardevol is, of nog waardevoller, dan de bedoeling. Daar komt het begrip serendipiteit vandaan, iets vinden wat je niet zocht. Meestal wordt het gebruikt om de kracht van het toeval te tonen. Ik ben van het toeval. Ik geloof niet in voorbestemming en het lot. Ik geloof in de wet van de grote getallen en dat de wereld kleiner en kleiner wordt. Vandaag was ik in Unawatuna om de schade van de tsunami op te nemen. Niets meer van te zien. Nagenoeg alles scheen herbouwd te zijn, maar door de wijze van bouwen hier ziet alles eruit alsof het al twintig jaar op de stukadoor staat te wachten.

DSC_8974

Terwijl ik over het zeer smalle strand liep – wel een gevolg van de tsunami, net als de stukken koraal die je er vindt – zag ik op een strandbed iemand liggen die sprekend op mijn buurman Roland Fagel leek. Het minieme meisje daarnaast leek sprekend op zijn huisbazin Claire. Tsja, alles is mogelijk, maar toen ik dichterbij kwam zag ik dat het de enorme Italiaan en de petieterige Duitse waren die ik in Arugam Bay was tegengekomen. Nog een tijdje met ze zitten kletsen. Ze laten zich bijna uitsluitend door chauffeurs en tuktuks vervoeren. Dat is een andere manier van reizen dan mijn 30-euro-per-dag-budget toelaat. Ze wonen in Italië, in Bologna. Hij wil daar weg, het land verkruimelt terwijl je staat te kijken, langzaam verandert het in een maffiastaat. Zij vertelde dat alleen buiten Italië mensen weten wat voor een tiran Berlusconi is, in Italië kan bijna geen enkele krant erover berichten.

Het was ontzettend warm en ik had spijt dat ik mijn zwembroek niet bij me had.

Een kort bezoek gebracht aan Nooit Gedacht, het hotel waar ik in 1998 was, samen met fotograaf Edwin Walvisch. Ook een Dutch House, net zoals Weltevreden. Er waren geen gasten. Het ziet er nog steeds prachtig uit, al heeft er een lelijke verbouwing plaatsgevonden. Ze hadden niets van de tsunami gemerkt, ze zaten te ver van de zee, daarvoor.

DSC_9005

Terug in Galle heb ik een rondleiding genomen, gegeven door een bleke roodharige Engelse vrouw genaamd Daisy. Was een beetje onzinnig, ik wist alles al. Toen we weer afscheid namen kwam er opeens iemand aanhobbelen en dat was de Brit uit Galle, Eric. In Arugam Bay vertelde hij over een tuktukchauffeur die je voor 1500 roepie rondrijdt door de stad. Dat is mooi iets dat ik zondag kan doen, een toeristische highlight-toer door de stad. Maar goed, ik vergat hem mijn nummer te geven en nu blijkt hij opeens in dezelfde straat te wonen waar ik een kamer heb genomen. Hij woont ook in een Dutch House dat verbouwd is tot een modelwoning uit een lifestyleblad. Onbeschrijfelijk mooi. Het is zo verbouwd om te verhuren en daardoor vindt hij het een beetje kil en onhandig, met veel te weinig bergruimte. Maar wel met een binnenzwembad.

DSC_9040

Jezus. Ik ben met hem rotti gaan eten en voor drie porties met een kop thee waren we 153 roepie kwijt. In totaal.
Hij vertelde me dat je in het café met de dure espresso gratis wifi hebt, dus daar heb ik van geprofiteerd. Lekker in een loungetent gezeten met een espresso en ondertussen mijn mail checken en het laatste (Apple-)nieuws lezen. Met een beetje geluk kan ik morgenavond meteen online inchecken.

Deed nog wel een gruwelijke ontdekking. Voor ik ga slapen spray ik me helemaal met een 40% DEET-oplossing. Het spul tast plastic aan en het heeft inmiddels mijn MacBook flink aangevreten, overal doffe plekken. Ach ja, het is niet anders, moet ik maar niet in bed liggen tikken.

DSC_9036

Als ik op reis ga neem ik altijd vakantiekleren mee. Dat betekent voor mij iets anders dan voor de meeste mensen. Geen geruite shorts, geen afritsbroek, geen teenslippers, maar kleren die ik achterlaat. Het hele jaar door spaar ik kleren op met vlekken, scheurtjes, gaatjes of niet te opvallende slijtplekken (met uitzondering van ondergoed en sokken, dat ziet toch niemand) en die gooi ik na eenmaal dragen, of in de laatste week weg. Dat geeft ruimte in de koffer voor souvenirs. In mijn namaak-Allstars zat een scheur, dus die kunnen ook weg. Ik had ook drie wegwerpboeken bij me, waarvan alleen het laatste,
De slinger van Foucault, ongelezen zal achterblijven. Gekocht voor 13 cent en ik heb de gebonden versie in mijn boekenkast staan. Scheelt weer bijna een pond. Het begin van het weggooien is ook het begin van het afscheid nemen.

Ik kan bijna niet meer wachten tot ik in Nederland ben, maar ik zal ook een paar die van typische Sri Lankaanse dingen missen. Zoals een bus nemen: de hele dynamiek van een conducteur die klanten staat te lokken, de verkopers van kraslootjes, pinda's, fruit en water die de bus in en uit klimmen met hun waren, de krankzinnige rijstijl, de boeddha's of hindoegoden boven de chauffeur.

DSC_8968

De bakkers die belegde broodjes verkopen voor 30 roepie en het feit dat ik daar van geniet en ik ze gewoon durf te bestellen, dat ik niet als in 1986 op mijn eerste reis alleen leefde op chips, noten en chocolade uit de supermarkt omdat ik geen restaurant durfde binnen te stappen, die reis waarop ik van 31 dagen zeker de helft geen woord heb gezegd en op de andere zelden meer dan 10 of 20. En waar ik toch ook krimpend van de pijn op de wc heb zitten leeglopen.

Waar zal ik hierna eens heengaan?

In Sri Lanka: RCTM

Gisteren heb ik een goede dag gehad in Trinco. Ik heb eerst ontbeten bij Arul thuis (enorm huis hadden ze, maar een groot huis bouwen kost hier ook maar een miljoen roepie, zesduizend euro). Daarna heeft zijn vader me afgezet bij de RCTM-school waar we de dag tevoren waren, voor een interview met vader Gunam.

DSC_8782

De Sri Lankaanse maatschappij kent officieel geen kastes, zoals India, maar in feite is die er wel en er is veel respect voor aanzien en anciënniteit (zo eten de kinderen nooit samen met hun ouders en zul je vader en zoon nooit hand in hand zien lopen, heb ik me laten vertellen). Ik heb daar geen radar voor, dus waarschijnlijk heb ik gevoeligheden geraakt door weinig met Gunam te spreken, maar hij was ook drukdrukdruk. Op de site van Havonos staat een flink aantal foto's met Gunam in werkkleren op de bouwsteigers, op andere in vol priesterlijk ornaat. Ik moest erg aan De doornvogels denken, hoe misplaatst dat ook misschien is. Het is duidelijk dat hij veel voor elkaar gekregen heeft en zijn pr goed beheerst en keurig in de lens glimlacht. Maar dat is ook verdomd hard nodig in een streek die opzettelijk arm gehouden wordt.
De Zusters van Liefde die daar een minikloostertje hebben vulden de gaten in de informatie in. Vooral een van de zusters vond ik erg aardig. Ze was ook erg slim, ik hoefde haar maar één keer iets voor te doen op de Mac en ze kon het. Ik ben rondgeleid en ik heb verhalen gehoord. Met het schoolhoofd heb ik ook lang gepraat. Hij is erg gefrustreerd over het racisme van de Singalezen en de weigering geld in de streekscholen te steken. Toen ik op de bus naar huis stond te wachten kwam hij nog een keer langs om een praatje te maken en uiteindelijk heeft hij me ook op de motor naar huis gebracht. Ik heb in zijn huis geluncht. Dat was weer een beetje ongemakkelijk allemaal. Weer zo'n publiek dat elke hap van me bekijkt. Afijn, ondanks zijn uitgestreken gezicht was hij wel heel aardig en ik mag een week bij hem komen logeren als ik weer een keer in Trinco ben.
Daarna zijn we een plaats in de trein gaan reserveren, maar dat kon niet. Hij heeft me toen in de stad afgezet en toen bleek Aruls moeder op zijn school gewerkt te hebben. Je verzint het niet. Ik heb nog flink wat foto's gemaakt, wat boodschappen gedaan (en het Gilette GII houdertje gevonden dat ik ooit kwijt ben geraakt, hoera) en toen heb ik mijn koffer opgehaald en een tuktuk geregeld. Bij het station werden de soldaten helemaal moe toen ze mijn strak ingepakte koffer openmaakten en ik mocht doorlopen. De eersteklas was helaas uitverkocht, dus geen couchette voor mij. Ik heb dus tien uur in een soort van slaapstoel gezeten en een gevecht met een groep kakkerlakken gevoerd die uit een gaatje vlak bij mijn voeten kwamen. Een plastic zak eringestopt en mijn tenen heel lang aangedrukt. Dat hielp. Ze waren echt zo groot als het eerste kootje van mijn duim. Walgelijk. Ik had een erg irritante buurman die extra deo op had gedaan nadat hij bezweet was geraakt, wat een extra vieze geur geeft. Op een of andere manier kon hij toch nog een couchette regelen. Hoera en jammer dat ik dat niet voor elkaar kreeg.

DSC_8931

Om vijf uur in Colombo. Eerst met 30 kilo koffer over het spoor en weer terug om een nieuw kaartje te kopen. Ook hier zonk de moed in de schoenen van de soldaten die mijn koffer zagen. Als ik kwaad zou willen in Sri Lanka, dan zou ik gewoon een westerling met een enorme koffer laten rondlopen. Er is vast wel een gefrustreerd IRA- of ETA-lid dat een centje wil bijverdienen.
Vriendelijk geholpen door een dove jongeman (alsof ik zelf niet kon zien dat de tweedeklaswagons vooraan zaten), maar eenmaal in de trein kwam de aap uit de mouw: hij wilde een donatie voor een dovenschool, de standaard oplichterstruc in Sri Lanka. Hij had een lijst met namen van mensen uit de hele wereld die duizend roepie hadden gedoneerd. Ik heb een verzonnen naam opgeschreven en een bedrag van honderd roepie ingevuld. Ik wist dat het niet deugde, maar ik kon de moeite wel waarderen. Maar ik had niet meer dan zeventig roepie en die gaf ik hem (en niet het blinkende duizend roepiebiljet). Hij liep boos weg.
Daarna kwam er nog een oorlogsinvalide, maar ik was er klaar mee. Het lastige is dat je ook de hele tijd aangesproken wordt door mensen die echt alleen maar geïnteresseerd zijn, een praatje willen maken, of hun Engels oefenen. En bij elk station vragen ze aan je of je er misschien hier niet uit moet. Daarom ga ik toch altijd maar in op de toenaderingspogingen en de scharrelaars laten zich meestal snel afpoeieren.
Op het station meteen besprongen door tuktukbestuurders. Volgens de eigenaar van Hotel Weltevreden waar ik nu slaap is 70 roepie genoeg voor een tuktuk, maar ik heb uiteindelijk toch maar 200 betaald, ik was te moe na bijna 24 uur zonder slaap. Meteen gedouchet en een uur of drie geslapen en daarna een wandeling door Galle gemaakt.

DSC_8953

Gegeten op een dakterras en daar nog een paar Engelsen gesproken die heel vakkundig opgelicht waren, met een totaal nagemaakte mijn.
De man die me bediende bij het diner vertelde dat hij na de tsunami geholpen was door iemand uit Zandvoort, de eigenaar van café De Lamstraal. Ik vroeg hoe die man heette. 'Mister De Lamstraal,' zei hij. Ik wilde nog uitleggen dat dat waarschijnlijk niet klopte, en wat de betekenis is van 'lamstraal' maar ik heb op de RCMT-school al een schok veroorzaakte toen ik vertelde dat het verhaal van Hansje Brinkers met zijn vinger in de dijk verzonnen was (en ook nog door een Amerikaanse). Ik heb er toen maar aan toegevoegd dat het een metafoor was voor de kracht van het individu dat het opneemt tegen iets veel groters, goed en kwaad, David en Goliath enzovoort, dat moet het op een katholieke school in Tamil-gebied wel goed doen.
En nu is het weer tijd voor me om te gaan slapen. Ik heb een druk programma de komende dagen, gelukkig maar, want ik heb wel weer zin naar huis te gaan.

17september

Wat me nog opviel, de straatkatten hier zijn nogal klein, maar de katers zijn allemaal ongesneden en dat geeft ze een bijna panterachtige motoriek. Prachtig.

In Sri Lanka: Clichés bevestigen 2

Gisteren vroeg begonnen en dat zal vandaag weer zo zijn. Ik ben met de bus naar Nilaveli gegaan. Die vertrekt bij om de hoek, dus dat was simpel. Eerst mijn spullen doorgeseind. Ik heb me prima vermaakt in de bus. Zo zie je een beetje hoe mensen met elkaar omgaan. Als iemand een pakje in de bus achterlaat stop je bus niet als hij je achterna rent, maar gooi je het gewoon naar buiten.

DSC_8544

Ik was vandaag op stap met Sieni Schouten van Havonos, die een aantal projecten financiert. De eerst ontvangst was bij de pre-school, ik neem aan de kleuterschool. We kregen allemaal een bloemenslinger om, waarna de kindjes muziek voor ons maakten. De intocht van Sinterklaas, zo voelde het, ongemakkelijk als wij Nederlanders zijn onder eerbetoon. Het was weer even ontroerend als in het weeshuis. Geen plaats voor cynisme. Wat een schatjes allemaal.
Sieni deelde na afloop aan elk kind een zakje snoep, een ballon en roltong uit. Er waren alleen aanzienlijk meer kinderen dan ze had verwacht. Maar je gelooft het niet, ze had exact de juiste hoeveelheid bij zich. Een wonderbaarlijke vermenigvuldiging.
Daarna bezochten we de ernaast gelegen lagere school, de Roman Catholic Tamil School, waar we weer met bloemenslingers en deze keer ook een fanfare werden ontvangen en daarna rondgeleid door de school. Bij de ontvangst en presentatie merkte ik de eerste cultuurverschillen op. In Sri Lanka is men behoorlijk vormelijk en van het respect betonen. De ontvangst was officiëler dan verwacht bij Havonos, en even een speech uit de mouw schudden is een talent dat weinigen beheersen, waarna het hoofd van de school aan mijn vroeg of ik als verslaggever geen toespraak kon houden over het onderwijs in Nederland. Maar ik beheers dat talent ook niet. Na een verdere rondleiding (met wat ontnuchterende acties van het hoofd van de school, die schaamteloos om extra geld vroeg) volgde een lunch.
Daarna kwam het bezoek aan de naaischool, een meter of tien verderop. Voor ons werden bruidsboeketten getoond, een bruidstaart (Sieni en haar man waren ook nog veertig jaar getrouwd), en diverse kleding. En een meisje in traditionele bruidskleding. Ze was onbeschrijfelijk mooi.
Tijdens het hele bezoek had ik het gevoel alsof ik in een aflevering van Jiskefet zat, zo duidelijk werden de cultuurverschillen tijdens dit bezoek. Het was een en al overweldigende dankbaarheid die het hele gezelschap uit Nederland, voor het eerst hier op bezoek, mij incluis, gevoelsmatig van sinterklazen in houten klazen veranderde. Vooral toen we van de taart zaten te aten, voor in de ruimte, terwijl uit de zaal een veertigtal meisjes ons zat aan te gapen alsof we een stel buitenaardsen waren (maar dat is de gewoonte van het land: de gasten eten als enigen, terwijl de gastheren en -vrouwen toekijken of het wel bevalt).
Ons laatste bezoek was aan een 'center for wisdom and knowledge' (als ik het me goed herinner), dat nagenoeg geheel gefinancierd was door Havonos. Een klaslokaal met een dozijn glanzende iMacs die werkeloos stonden omdat ze geleverd waren met een wachtwoord dat niemand kende (het wachtwoord bleek gelijk aan de gebruikersnaam) was symbolisch voor de problemen waarmee Havonos te kampen heeft. Het transport van de computers had bijna een jaar geduurd en na aankomst van de container bleken diverse zaken gestolen te zijn, waarbij het papier met de wachtwoorden en de activatiecodes van Office kwijt waren geraakt (UPDATE: dit is inmiddels opgelost.).

Ik ben teruggegaan met de bus (die niet kwam) en werd nog toegeroepen door twee meisjes. 'Nice colour!' riepen ze, terwijl ze over hun wangen wreven. Wat moet je dan zeggen? 'Thank you, you too,' riep ik automatisch. Ik vind vooral de jonge mensen, tot twintig bijna allemaal stuk voor stuk prachtig. Bijna iedereen heeft blikkerend-witte gebitten en dikke kinderen zie je maar amper. En groot zijn ze ook, niemand blijft onder de 1 meter 70.
Uiteindelijk in een tuktuk gestapt, mijn belminuten opgewaardeerd met 1.000 roepie, gedouchet en met Arul de stad onveilig gemaakt.
Grapje.
Er is hier geen uitgaansleven. Jaren lang was het onvelig om in het donker op straat te zijn, dus mensen zitten met de familie thuis, dat is het. Morgenochtend ga ik terug, een interview doen en een paar iMacs proberen aan de praat te krijgen. Ik kan mijn koffer bij de ouders van Arul zetten en dan kan ik bij diens vader achterop de motor, naar Nilaveli. Stoer. Dan ga ik terug naar Trinco en pak de nachttrein naar Colombo en daar meteen de trein naar Galle.

Het mierenprobleem is opgelost. Ze zaten in de zak stroopwafels die ik al te lang meesleep. Mijn hele koffer zat vol, dus ik heb alles uitgeklopt en uitgeschud. Dat zal ze leren.

In Sri Lanka: Naar Trincomalee

14september

Daar lig ik dan in Guesthouse Sunflower, na een monsterrit van negen uur, over verdwenen wegen (olifanten in de verte!),

DSC_8514

langs platgeslagen dorpen en checkpoint na checkpoint. De tent werd aanbevolen in de Lonely Planet, maar echt kapot ben ik er niet van.
Ik liep gistermiddag als enige blanke door Trinco, op zoek naar een handdoek. De portier was namelijk verdwenen en ik had zelfs geen beddengoed. Voor veel te veel geld een dun handdoekje gekocht. En later ook twee badmatjes voor 60 roepie, 36 cent per stuk, dat dan weer wel.
Ik had twee medereizigers, de ouders van Shana, die de chauffeurs regelt. De vader blijkt 'justice of peace' te zijn. Is dat het hetzelfde als een vrederechter en zo ja wat doet hij? In ieder geval is het een overheidsfunctie en had hij een ID waarmee we overal probleemloos konden doorrijden. Mocht ik ooit in Kandy zijn dan kan ik bij hen logeren, met mijn hele gezin.

Vandaag heb ik om half 11 afgesproken met Sieni Schouten van Havonos en ga ik mee kijken naar een aantal scholen waar ze projecten hebben lopen.

Gister om half acht klopte Arul aan, een Tamil uit Trinco die staat ingeschreven bij couchsurfing. Hij blijkt bij de UNCHR te werken en heeft een Nederlandse baas, die helaas pas op 17 september weer terugkomt. Dan ben ik alweer weg. Aardige man en meteen heel behulpzaam, hij gaat voor me uitzoeken hoe het met de treinen zit. Hij vertelde ook dat de portier aanwezig was en regelde meteen handdoeken en een laken voor me, dat ik overigens niet gebruikt heb. Hij rijdt op een motor, een Indiase 125cc. Groter dan 250cc is hier trouwens verboden omdat de politie op 250cc motoren rijdt. Hij stond trouwens nog maar enkele weken ingeschreven bij couchsurfing en was verrast zo snel een reactie te krijgen.

Om acht uur deze ochtend, kan ik langskomen op zijn werk en dan kan ik even inloggen met mijn computer, zodat ik deze pagina's kan doorsturen. De eerstvolgende mogelijkheid is misschien pas komende zondagnacht. Aangezien ik me om kwart voor zes in de ochtend op het vliegveld moet melden en ik dan om vier uur moet opstaan, sla ik die nacht hoogstwaarschijnlijk over. En daar is 'free wifi'.

Ik heb mijn ontbijt al achter de kiezen, een enorme zoet broodje met een kop even zoete thee met melk, voor het verbijsterende bedrag van 45 roepie (27 cent). Men had geen wisselgeld voor mijn biljet van 100 roepie (66 cent). In de Lonely Planet staat dat Trinco een surrealistische stad is, een ex-warzone, Bagdad-aan-zee. Arul vertelde echter dat de stad altijd rustig is geweest, vanwege de enorme marinehaven waarschijnlijk, dat je bijna geen toeristen ziet omdat het helemaal geen toeristische stad is, dat het toerisme zich in het noorden afspeelt. Vandaar de ontoeristische prijzen. Maar afgelopen weekend, toen het poya was (volle maan, dan is het altijd feest en als dat op een vrijdag valt maken ze er een lang weekend van) telde de politie bij de checkpoints in totaal 300.000 mensen. Je kon over de koppen lopen, de weinige hotels waren vol en iedereen sliep uiteindelijk gewoon maar in de bus.
Bizar.

Ook bizar zijn de tientallen minimieren die voortdurend tussen de toetsen van mijn MacBook uitkruipen. Ze komen uit de ventilatieopeningen onder het scherm. Geen idee of ze er hier, in Arugam of in Negombo in zijn gekropen. Geen idee ook of ze een nest hebben gemaakt. De ventilator is nog niet aangeslagen, misschien dat ze dan een exodus beginnen. Het vervelende is alleen dat ik nu wel rekening moet houden met een MacBook die ermee ophoudt.

In Sri Lanka: Surfers zijn saai

Ik was gisteren nog getuige van een scène die een verhaal van Fred bevestigde dat surfers heel saaie mensen zijn met een one track mind. Een jongen kwam met zijn vriendin op het strand, beide met een surfplank. Het meisje was onbeschrijfelijk mooi, met een nagenoeg perfect lichaam (als je – zoals ik – van kleine borsten houdt), alles onnadrukkelijk precies goed. Je zou haar eerder op de catwalk verwachten dan met een surfplank onder haar arm. Of in ieder geval in de H&M, Mango of Zara. Hij gaf haar instructies en ze gingen de zee in. Meteen werd zij van haar voeten geslagen door een sterke golf en met tranen in haar ogen stond zij even later over haar geschaafde knie te wrijven (nog nooit eerder was dat poezelige lichaam ontsierd door wondjes of blauwe plekken). Ondertussen ging haar vriend een koord halen waarmee ze plank aan haar kuit (en wat voor een kuit, recht en slank) kon vastmaken. Want hij was een surfer, al zou er een krab aan zijn ballen hangen, dan zou hij nog het water ingaan om op een golf te rijden. En zij, zij was gevallen op zijn afgetrainde lichaam en op het feit dat hij vol vuur over zijn passie kon praten. Mannen die een passie hebben, dat trekt vrouwen aan. Maar nu merkte ze wat het betekende, een man met een passie. Het tweede plan zijn. Geen zoete lieve kusjes op haar zere knie, maar een koord. Ze moest het water weer in, met hem. Door het koord struikelde ze de hele tijd, ze trok haar rechterbeen op en schudde met haar voet. Het zeewater beet haar knie uit, maar hij hield een hand op haar rug, liefdevol leek het en zij wilde het ook leren, zij wilde die passie ook, dus daar ging ze, met hem en vleidde zich op de surfplank, haar billen bolden aanbiddelijk omhoog. Ze kon er best van leren houden. Zo viel het best mee.

surfmeisje

Later zag ik hen weer samen, aan het strand. Hij keek naar de zee, waar de surfers over de golven gleden. Zij maakte even haar sari los, zodat je haar platte buik zag en haar schaamheuvel in haar broekje. Ze haakt een vinger achter haar broekje, niet omdat haar broekje niet goed zat, maar omdat de handeling de aandacht vestigde op haar carré d'amour, op haar cameltoe. Hij zag het niet (ik wel).
Tenslotte liepen ze over de hoofdstraat naar hun guesthouse. Zij met een ijsje, tevreden in zijn arm gehaakt, op weg naar de hangmat en hij daar op de hoofdstraat en niet in het water.

In Sri Lanka: Pas op, er kan nog een olifant oversteken

DSC_8466

Zes krokodillen heb ik gezien in het mangrovebos bij Pottuvil, waarvan de laatste zo groot was (ik schat drie à vier meter) dat mijn gids er een foto van maakte, met zijn mobieltje. Verder zag ik heel veel vogels en vissen die meters ver uit het water springen. Mijn gids zal wel gedacht hebben dat ik een rare vent was, maar ik wed dat hij zijn ogen zou uitkijken bij ooievaars, weien met koeien en zwermende spreeuwen.
Maar dit is wel het gebied waar hij zijn brood verdient. Later zag ik nog een visser door het water waden (het is ongeveer een meter diep). Je zou de krokodil maar tegenkomen.

Het schijnt dat je ook apen en olifanten kan tegenkomen. Een aap kwam ik zomaar tegen in Arugam Bay, (hij was helaas sneller dan mijn autofocus)

aap

maar de olifanten had ik gemist. Dacht ik. Op het moment dat we zouden wegrijden bij Pottuvil Point, ook een bekend surfgebied, kwam iemand luid schreeuwend aanlopen. Er liepen olifanten. Meteen draaiden alle tuktuks met surfplanken op het dak gesnoerd en wij terug. Mijn eerste olifanten in het wild. Ze waren ver weg en bijna niet te zien in het geboomte, maar toch, ze waren er.
Omdat ze honger hadden (het is het droge seizoen aan de oostkust) en dorst waren ze levensgevaarlijk, dus niemand nam een risico. Toch werd het een dolkomische vertoning met angstige tuktukchauffeurs die ook naar huis wilden. Zeker drie keer zijn we in colonne gestopt, omgekeerd en alsnog vertrokken. Die tuktuks lijken een beetje op botsautootjes, dus ik voelde me midden in een kermisattractie. Man, wat heb ik me vermaakt.

In Sri Lanka: Naõ faz mal!

Er staat me morgen een lange weg te wachten. Ik heb de prijs naar 14.000 roepie weten te krijgen, 87,50 euro, een flink bedrag nog steeds, maar ik lijk binnen mijn budget te blijven. Vanavond ga ik dus een tocht door de magrovebossen maken. Ik ben benieuwd. In het hotel waarin ik zit vertelden ze me dat ze me maar wat wijs hadden gemaakt, dat het onmogelijk was om daar te komen vanwege de krokodillen. We zullen zien. Er schiet hier van alles voor mijn voeten weg en op de muren zitten allerlei beesten die ik nooit eerder zag. Gelukkig nog geen kakkerlak gezien en met de muggen valt het ook best mee (maar dat kan ook door mijn muggenspray komen, natuurlijk. Maar ik word zeker nog eens per dag gestoken. De hysterische angst van 11 jaar geleden heb ik echter niet meer. Als ik dengue oploop dan is dat maar zo, dat moet ik dan gewoon uitzieken.
In Matara zag ik een varaan lopen bij iemand in de tuin. 'People's Friend' riep iedereen. Geen idee of dat een koosnaam is of gewoon een omschrijving. Fred vertelde dat hij cobra's in de tuin had. Alleen als je boven op ze gaat staan willen ze wel eens bijten. Mensen beschouwen ze hier als goede muizen- en rattenverdelgers.
'Naõ faz mal!' riepen ze in Portugal altijd naar me als een hond met blikkerend gebit op me af kwam rennen. Ik blijf toch maar liever op afstand van cobra's en varanen...

varaan

Eigenlijk had ik vandaag moeten vertrekken naar Trinco, ik heb een beetje het idee dat ik mijn tijd aan het verdoen ben hier, ik heb het wel gezien en Trinco klinkt een stuk interessanter. 'Bagdad aan zee', noemt de Lonely Planet het, een surrealistische stad, kapotgeschoten, leeg, nog vol soldaten.

Ik ontmoette gister iemand die vertelde over een Sri Lankaan die over het strand liep met zijn iPod op. De soldaten riepen hem, hij hoorde het niet en werd zonder pardon neergeknald. Dood.

Vandaag ontbeten bij Sooryia, een van de goedkoopste plekken van de baai. Ik heb toch maar het westerse ontbijt genomen met koffie, toast (vier plakken dik witbrood, kort gegrild, heerlijk), een gebakken ei, smeerkaas, marmelade en een schaal met vijf soorten fruit. Ik weet dat ik me graag aanpas aan de zeden van het land, maar het is even niet anders. Ik moet ook echt koffie anders loop ik te ijlen en mijn spijsvertering is weer op zijn zelfde onbetrouwbare manier aan het sputteren.

In Sri Lanka: Spooksteden

Ik heb vandaag iets bijzonders gedaan. Voor het eerst in mijn leven ben ik alleen naar het strand gegaan en ben ik alleen de zee ingegaan. Nou ja, alleen, ik en duizend Sri Lankanen en twee boeddhistische monniken. Ik ben vaker alleen naar het strand gegaan, maar nooit de zee in. Nooit te oud enzovoort. De zee was ruw. Ik kreeg een golf zo hard in mijn gezicht dat het water mijn neus inging en er via mijn ogen weer uitkwam.

Mijn kamer is zo dicht bij de zee dat ik de zee hoor alsof hij onder mijn raam tegen de muur beukt en om vijf uur staan de vissers ruzie te maken op het strand. Ik ben om 7 uur opgestaan en ben foto's gaan maken. De meesten hadden geen bezwaar, sommigen wilden graag poseren en anderen, vooral moslims, joegen me weg.

Deze vrolijke kwant links liet aan de hand van zijn vriend zien dat mannen onder hun sari niets dragen.

DSC_8303

Onderbroekenlol is van alle landen.

's Middags met Fred langs verlaten nederzettingen en scholen gereden. Wat een verspilling van geld, wat een verspilling. Zoveel goede bedoelingen en niemand die op het idee kwam die mensen te vragen of ze wel wilden verhuizen, of ze wel zover van de bewoonde wereld wilden wonen...

DSC_8353

Nu maak ik me op voor Trinco. Ik word van alle kanten gewaarschuwd voorzichtig te zijn. De regering houdt niet van kritiek. Er is zelfs een hotline om buitenlanders aan te geven. Het moet niet gekker worden. Niemand wil ook met zijn naam genoemd worden, uit angst voor gevangenisstraf of uitzetting.

Ben benieuwd.

De Immodium is uitgewerkt. Jammer. Drie dagen van totale rust in mijn buik voorbij. Wat een lekker gevoel was dat.

In Sri Lanka: Shirtreclame

Ik ben vandaag van hotel veranderd. In het kader van couchsurfing mocht ik gisternacht slapen in het Siam View Hotel van Fred Ne.-Miller. Omdat ze misschien de kamer nodig hadden ben ik iets anders gaan zoeken. Ik kon voor 400 roepie (2 euro 50) een strandhut nemen, maar ik heb gekozen voor een iets nettere kamer. Die was 2.000 per nacht, 5.000 per drie, maar uiteindelijk hoefde ik maar 3.600 te betalen, zeg 7 euro 50 per nacht (dat lijkt weinig, maar het is ongeveer hetzelfde wat ik twee jaar geleden nog in Portugal betaalde). Het bed ruikt niet fris, maar eindelijk heb ik een dik zacht matras, na vijf nachten op een plank geslapen te hebben.

Mijn eerste echte reis alleen was in 1986. De extreme smetvrees van toen ben ik kwijt. Het kan me allemaal niet zo veel meer schelen.

Ik heb de hele dag foto's gemaakt. Toen het te heet werd heb ik voor mijn kamer op mijn terrasje verder gelezen in
Smilla's gevoel voor sneeuw. Vergeleken met de boeken van Stieg Larsson is dit Nobelprijswerk. Het is een pocket die ik vond in het decor van de Lowlands Bookstore. Als ik terug kom ga ik een fatsoenlijk exemplaar kopen. Er staat geen woord teveel in, iets wat je van Larssons boeken niet kan zeggen.

Na het fotograferen van de gesponsorde bootjes kwam er opeens een helicopter aanvliegen, iedereen op de fiets en te voet kijken. Er kwamen drie SUV's aan mannen uit van wie elke beweging gefotografeerd werd. Zelfs toen ze met hun bleke benen in de zee stonden. Aan Fred gevraagd wie dat konden zijn, maar hij vertelde dat elk regeringslid een helicopter kan regelen om een uitstapje te maken met vrienden of familie.

De hele avond met hem en zijn familie en vrienden doorgebracht. De verhalen stapelen zich maar op. Morgen gaat hij me weer een extreem voorbeeld laten zien, daar moeten we met de 4WD naar toe. Freds verhalen worden met de dag sterker, maar onafhankelijk van hem worden ze bevestigd, dus het moet waar zijn. Een treurige anekdote is die van de boten, aangeboden door de Belgische Rotary. Twee van die boten zijn gebroken op zee, de vissers lieten daarbij het leven. De rest van de boten ligt ongebruikt op het strand. Onderstaande boot is een traditionele boot. Meestal kregen de vissers een moderne polyester boot, waarin ze niet graag varen. Een groot deel van die boten vaart nu in Afrika, per container afgevoerd door iemand die er kapitalen mee heeft verdiend.

IMG_4291

Afijn. Fred brouwt zijn eigen bier. Hij heeft veertien soorten, van klassiek pilsener tot witbier. Tijdens de tsoenami zijn al zijn strandhutten weggevaagd. Heeft nog vier kamers, dat is het. Goedkoop is hij niet, maar als de stroom uitvalt, zoals vandaag, dan springt zijn generator aan en blijft zijn eten vers.

In Sri Lanka: Busje komt zo

Stel je voor dat je van Den Helder via Amsterdam, Utrecht en Arnhem naar de Duitse grens rijdt. Hoe lang doe je daar dan over? Een uurtje of twee, drie maximaal? Ik heb daar vandaag negenenhalf uur over gedaan. Negenenhalf uur door de bergen over wegen van anderhalve auto breed waar ook een Lanka Ashok Leyland bus overheen moet, door stadjes waar het verkeer stil staat, door olifantenreservaten, langs wegversperringen van het leger (de versperringen gesponsord door Solex waterpompen), over haarspeldbochten naar boven en beneden. Bijna tien uur over nog geen tweehonderd kilometer. En dan, terwijl de imam oproept tot het gebed, rijd je opeens een surferskolonie binnen, waar blonde surfgermanen aan en aflopen.

DSC_8253

Wat kost dat nou? Met de bus was ik waarschijnlijk 300 roepie kwijt geweest. Nu 7.500 (44 euro). Terwijl in eerste instantie de chauffeur 9.000 vroeg die ik verdwaasd betaalde. Dat vond ik niet echt 'a special price', zoals me die was beloofd. Later kreeg de chauffeur via mijn telefoon ongenadig op zijn donder. Hij betaalde me 1.500 terug en vroeg me of ik alsjeblieft wilde zeggen dat ik tevreden over hem was, dat hij het verkeerd had verstaan en dat hij zijn baan niet wilde verliezen. Toen vond ik hem weer zielig.

Arugam Bay bij Pottuvil. In 2004 zwaar getroffen door de tsunami en nu omringd door werkzaamheden van NGO's. Ik ben er heen gegaan om een heel ander verhaal te horen dan ik in Matara hoorde en nog in Trincomalee en Galle en omgeving zal horen. Fred Ne.-Miller woont daar al sinds 1977, eerst met zijn Tamil vrouw, nu met zijn Afrikaans-Thaise vriendin. En kind.

Ik heb ontdekt dat ik graag plekken opzoek waar ik de vreemdeling ben. Liefst ben ik in een land waarvan ik de taal amper beheers, waar ik er anders uit zie dan de rest. Dat voorkomt vergissingen, dan is het van het begin af aan duidelijk dat je niet veel aan me hebt. Dat is nu ook zo. Ik ben geen surfdude of -dudette. Ik ben onsurfs.

Morgen ga ik in de buurt kijken en foto's maken en de verhalen van Fred opschrijven. Eén van zijn mooiste anekdotes: een Amerikaanse organisatie die een container wc-papier naar Sri Lanka stuurde. Omgerekend kostte dat 10 dollar per rol (nu 1160 roepie), terwijl 1) wc-papier 39 roepie kost en 2) Sri Lankanen geen wc-papier gebruiken.

Hier vlakbij is een mangrovebos met vogels, krokodillen en nog een en ander. Ik ga daar een tocht doorheen maken, voor een andere reportage.

Route van vandaag:

route10september

Hierna ga ik naar Trincomalee (Trinco, zoals ze hier zeggen). Ik moet nog vervoer regelen. Weer een chauffeur hakt er nogal in, maar direct is sowieso nagenoeg onmogelijk. Vlak onder Batticaloa begint het voormalige Tamil-gebied. Als de wegen en bruggen niet kapotgeschoten zijn, dan zijn ze slecht onderhouden.

In Sri Lanka: Clichés bevestigen

Gisteren ben ik naar het zuiden gegaan, in een minivan, met vertegenwoordigers van een religieuze instelling, op katholieke basis. Het was een enorme opgave omdat ik de dag ervoor iets gegeten had dat ik beter niet had kunnen eten. Kennis gemaakt met de geneugten van een hurktoilet en een emmertje water om je kont mee af te vegen. Ging best goed eigenlijk. Maar dat soort dingen lees je eigenlijk zelden in een reisreportage. Wel hoe het eten was, maar niet hoe het eruit kwam.
Afijn, een aantal groepen vrouwen gezien en via de tolk gesproken. De uitkomst is toch nog anders dan ik verwachtte, maar die is te mooi om nu al te verklappen.
Op weg terug langs het weeshuis gereden dat Marja van Leeuwen heeft opgezet, kort na de tsoenami. Het scheelde maar weinig of het bezoek was gestrand door de zoveelste afgedwongen stop van mij, maar Marja van Leeuwen, die toevallig aanwezig was, hield de poort langer open voor ons. En voor ik het wist pakte een jongetje mijn hand vast met een resoluutheid alsof het altijd zo gehoord had. En daarna een ander en daarna had ik er twee aan elke hand en een op mijn rug. Ik had de tranen in mijn ogen. Jezus, wat een cliché en toch stond ik daar met die zoete kindjes die - o, wat zorgen ze daar goed voor ze, maar toch - geen vader en moeder meer hebben. Kinderen van de leeftijd van mijn kinderen, zo blij dat iemand eens met ze stoeit, met alle honderd tegelijk...
DSC_8247

Route vandaag afgelegd (en weer terug):


route9september

In Sri Lanka: Waarom ook alweer?

In 1998 was ik in Sri Lanka voor mijn eerste reisreportage. Vijf jaar geleden overspoelde de tsoenami het kustgebied van het land. Tegen de 40.000 mensen kwamen om, na Indonesië is Sri Lanka het zwaarst getroffen land. Ik wilde terug naar de plekken waar ik geweest ben en zien hoe het er nu uitziet. Daarbij was mijn verhaal in 1998 redelijk negatief, negatiever misschien dan ik had moeten zijn.

Dus, een blad gevonden dat met 99% zekerheid het verhaal wil publiceren, mijn Nikon D80 ingepakt en vertrokken.

Mijn plan:
6 september: Aankomen in Negombo
7, 8 of 9 september: Bezoek aan Matare, Bentota en het Holland House of Hope
10 september: Naar Arugam Bay
14 september: Naar Trincomalee
16 of 17 september: Van daar met de nachttrein of -bus naar Colombo
(17,) 18, en 19 september naar Galle met bezoeken aan Unawattuna en Hikkaduwa
20 september: Terug naar Colombo of Negombo
21 september: Terug naar huis

In Sri Lanka: Genieten

Het is gemakkelijke negatief en zuur te doen over een ander land, of er met cultureel dédain op neer te kijken. Vanochtend, toen ik zat te ontbijten, viel opeens mijn hele reisplan op zijn plaats. Daarna kreeg ik iedereen die ik wilde spreken aan de telefoon en de reis naar Colombo was een fluitje van een cent. De onwilligheid van Qatar Airlines op mijn verzoek om compensatie was daarna weer een domper, maar met lang aandringen en duidelijk maken dat ik niet van plan was te vertrekken voor er iets geregeld was, kwam er dan uiteindelijk 100 dollar uit. Ik wilde mijn vlucht verlengen, maar dat was niet mogelijk. 'Nee, maar een koffer vergeten mee te nemen hoort ook niet mogelijk te zijn.' De cheque die ik meekreeg was alleen bij één bank in te wisselen en natuurlijk was die dicht. Maar tot mijn stomme verbazing mocht ik doorlopen, waarna hij keurig werd verzilverd, zonder een roepie van de 11.600 in te houden. Waarschijnlijk wilden ze van mij en mijn stomme vragen af. Of ze waren echt aardig.
Inwendig zong ik al toen ik naar Colombo reed in de bus, maar nu had ik moeite niet uit de tuktuk te hangen en in iets uit
Oklahoma uit barsten. Wat is het ontzettend leuk om in een tuktuk door Colombo te rijden. Het ding maakt het geluid van een kart en rijdt ongeveer hetzelfde. De bestuurders weten elk gaatje te benutten. Het stinkt, het maakt herrie en om je heen is de wijk Pettah, dat één grote vrijmarkt is, met kramen die alleen oliedrums verkopen, kramen die alleen pannen verkopen, kramen die alleen mangosteen verkopen, kramen die alleen horloges hebben, of manshoge luidsprekerboxen. De verkopers vertrouwen niet meer op hun eigen stem, maar galmen door een versterker hun aanprijzingen.
De juiste bus vinden is geen probleem, zo gauw je je op het busstation begeeft vragen mannen aan je waar je heen wilt. De bussen rijden af en aan en vertrekken pas wanneer ze voor minstens de helft gevuld zijn. Onderweg trapt de chauffeur vol op de rem (en iedereen achter hem dus ook) wanneer hij een potentiële passagier ziet staan. Uit de deur hangt een mannetje dat melodieus de bestemming roept en soms stapt er iemand in en soms niet.
De weg naar Negombo is een autoboulevard. Honderden kleine winkeltjes op een rij die motoren repareren, of versnellingsbakken, of banden plakken. Elke sloopauto wordt uit elkaar geplukt en elk bruikbaar onderdeel is te koop in een straat die van de dakgoten tot de stoepranden vet en zwart is van de olie en het smeervet.
De tuktukbestuurders spelen een cruciale rol, ze brengen je naar het busstation en vragen meteen aan de eerste de beste waar je heen moet. Ze hebben overal dealtjes en soms is dat lastig en soms is dat handig.

Op 10 september trek ik naar een soort van surf resort, waar de beste golven ter wereld zouden zijn. Dat zal heel anders zijn dan de opgefokte energie van Colombo. Ik heb een chauffeur gehuurd, daar gaat mijn 11.600 aan op. Maar het is goed besteed.

In 1998 schreef ik dat Colombo een verschrikkelijke stad is. Ik zag toen de levendigheid niet.

In Sri Lanka: Kraaien

'Het voelt altijd als een warme douche,' mailde iemand me over het aankomen in Sri Lanka. Ik was anders meteen afgekoeld toen mijn naam geroepen werd en bleek dat mijn koffer niet in het vliegtuig zat. Hij stond nog in München. Voor een compensatie kon ik me vervoegen in Colombo, bij het hoofdkantoor van Qatar Airlines. Ik slaap in Negombo, een kilometer of dertig boven Colombo, de taxikosten bedragen 5.000 roepie, dus of die compensatie dan de moeite nog waard is vraag ik me af. Ik lees geen positieve verhalen over de bereidheid van luchtvaartmaatschappijen iets uit te keren. Als ze dat voor een zoekgeraakte koffer al amper doen...

Maar na een dag heb ik er al behoorlijk vrede mee. Het kost me wel twee dagen reizen van de veertien die ik tot mijn beschikking heb, maar opvreten helpt niet. Is dat de invloed van het boeddhisme? Denk het niet, negentiende van de bevolking hier in Negombo is katholiek. 'Little Rome', zeggen ze zelf met onverholen trots. Het zal het weer wel zijn, de drukkende warmte met een luchtvochtigheidspercentage van bijna 95 procent. Het is niet voor niets dat het in vliegtuigen altijd drukkend warm is. Dat houdt de passagiers rustig (al vraag ik me dan wel af hoe de stewardessen dan zo opgewekt blijven).

Mijn programma is waarschijnlijk al te vol. Ik wil naar het zuiden, naar Bentota, Galle, Unawattuna en Matara. Ik wil ook naar het zuid-oosten, naar Arugam Bay, en naar het oosten, naar Trincomalee. Het zijn afstanden van niets, Sri Lanka is zo groot als Nederland en België samen, maar een afstand van 250 kilometer kost je een hele dag, of je nu de trein, de auto of de bus neemt. Het zou een mooie kustroute zijn, maar er zijn geen doorgaande wegen langs de kust. Ik zo ook graag naar Jaffna gaan, dat eindelijk weer te bezoeken is, het moet één uitgestrekt Beiroet zijn, een surrealistisch landschap waarin de regering van Sri Lanka voorlopig geen cent in investeert. Maar het is over de weg amper te bereiken, en een vliegticket kost 10.000 roepie, zeg 66 euro, voor een enkeltje. Het zou geen probleem moeten zijn, maar mijn dagbudget is 4.800 roepie, 30 euro en het is heel moeilijk om binnen de begroting te blijven. Al zakken de prijzen wel, hoe langer ik blijf. Gisteren betaalde ik nog 200 euro voor een tuktuk, vandaag 150 en waarschijnlijk is dat nog het dubbele van wat een
local betaalt. (Ik heb dus net Are you experienced, een satire op backpakkers, gelezen.)

Ook fotograferen is problematisch. Het licht overdag is genadeloos hard en schel, daar kan geen camera tegenop en vooral mijn zakcamera'tje niet. Ik moet wachten tot mijn koffer aankomt met mijn Nikon D80, daarmee is veel meer mogelijk.

IMG_4225

Dus ik wacht en loop een beetje rond, tot we woensdag om 5 uur in de ochtend naar het zuiden rijden. Vrachtwagens scheuren voorbij, tuktuks staan knetterend op je te wachten en in de bomen zitten kraaien zwaarmoedig te kraaien in de bomen boven de uitgestorven restaurants. Het seizoen begint pas in november. De mensen hebben goede hoop op het aantal toeristen dat zal komen, nu de burgeroorlog eindelijk voorbij is. Echt, het zal beter worden. Echt.

Naar Sri Lanka: Dag papa!

IMG_4213

Naar Sri Lanka

Van 6 t/m 21 september verblijf ik in Sri Lanka, op zoek naar de sporen van de tsoenami van 26 december 2004. Het is me al duidelijk dat ik niet hard hoef te zoeken. Mijn reis zal me hoogstwaarschijnlijk brengen van Colombo naar Trincomalee. Of dat helemaal via de kust gaat is nog niet duidelijk. Reizen is daar nog avontuurlijk, vooral boven de lijn Colombo-Kandy-Batticaloa. Door de burgeroorlog is de infrastructuur behoorlijk gammel.

Ik zal proberen regelmatig verslag te doen, maar dat is ernstig afhankelijk van de aanwezigheid van internetcafés en ik vermoed dat die in het oosten dun gezaaid zijn.

getimage2