Up

We gingen naar Up, de laatste van Pixar. Een film is een film. Of het nu met acteurs is, of met computerfiguurtjes. In dit geval wisten de karikaturaal getekende figuurtjes me even goed te ontroeren.
Van begin tot eind heb ik me zitten afvragen hoe het kan dat zo'n film wordt gemaakt (nou ja in de pauze, dan, de film sleepte me teveel mee). Dat iemand zegt: 'OK, een leuk idee, gaan we doen, een oude man die zijn huis laat wegvliegen met ballonnen en avonturen beleeft met een dikkig Down-syndroomachtig jongetje.' En dan op die typische Pixar-manier, met een ongelofelijk oog voor detail, zodat je een tweede, derde, vierde keer steeds dingen ziet die je niet waren opgevallen. Weer een geheide Oscar-winnaar.

Wat
Up ook bijzonder maakt is de merchandise. Die is er bijna niet. Het Kruidvat en de Zeeman gooien je nog steeds dood met Cars-rommel, maar wat moet je met een knorrige ouwe man, een dikkige padvinder, een rare vogel en een pratende hond? Wat een verfrissing, dat het kan, gewoon een film, zonder etuis, knuffels, pennen en snoep. Dat verklaart misschien waarom drie mensen op rij nooit van de film Up hadden gehoord.

Maar ja,
Cars 2 en Toy Story 3 komen eraan, dan zal het wel een heel ander verhaal worden (al was het omdat Toy Story over speelgoed gaat dat merchandise is, een soort Droste-effect). Niet dat het me kan schelen. Ik weet bijna zeker dat het weer films worden die DreamWorks te schande zetten.

'Van de makers van Shrek'. Je ziet het steeds vaker op films in de uitverkoopbakken staan.

Google Streetview

Ik fietste naar huis van mijn kantoor. De kortste weg die niet in strijd is met de verkeersregels gaat door de Hardebollenstraat, het hoerenstraatje van Utrecht. Als het meezit kun je dan zonder te remmen in de Voorstraat de scherpe bocht naar links maken, het fietspad op. Dat lukte me deze keer weer, geen stompzinnige student in de buurt die tegen het verkeer in de stoep op schoot naar de Albert Heijn.
En daar kwam het het aan, het autootje van Google Streetview, 360°-camera op het dak, dat waarschijnlijk mij gefotografeerd had terwijl ik de Hardebollenstraat uit reed, in een mooie zwierige boog.
Dat je het dus weet als je me ziet fietsen op Google Earth. Ik kom dagelijks de Hardebollenstraat uit. Niets bijzonders. Mijn kantoor is daar vlakbij. Ze kloppen al niet meer op het raam als ik voorbij kom. Het is mijn niche ook niet, die daar in de Hardebollenstraat wordt bediend. Maar daarom fiets ik daar ook niet. Ik ben gewoon op weg naar huis.

Waarom schrijf je niet meer?

3012564228_945e249916

Het is ver afgelopen met het brieven schrijven. Ik was altijd een fanatieke schrijven, twee à drie brieven per dag, die ook allemaal gekopieerd moesten worden voor ik ze verstuurde. Ik had zo'n 1.000-kopieënkaart van de Kopijwinkel waarmee ik nooit echt lang deed. Ik ben lang bezig geweest met het vinden van de juiste penpunt voor mijn vulpen van Chinese lak. En die ligt nu al jaren ingedroogd in de kast. Ik schrijf geen brieven meer. Het enige waar ik nog een pen voor gebruik is voor het schrijven van een adres op een envelop, of voor het schrijven een boodschappenbriefje. Dat is zo ongeveer het enige wat de mensen nog schrijven, boodschappenbriefjes:

1 kilo Harry Couverts
1 kilo Dwajen de Komies
pak spagetthi
aard appelen
broot (zonder pitjes)
vlaa

Het heeft zijn effect ook. Vroeger had ik een heel net leesbaar handschrift. Tegenwoordig zijn het hanenpoten. De pen doet niet meer wat ik wil. Alsof ik een te zware hamer heb die iedere keer net naast de spijker slaat, of een te kleine schroevendraaier, die geen beweging in de schroef krijgt.

Ik schrijf bijna helemaal niets meer. Niet meer dan de 160 tekens van een sms.
Ben ik toch nog modern.

De Voorstraat is een achterbuurt

Sinds een paar jaar woon ik in Wittevrouwen, een van de geliefdste wijken in Utrecht. Geliefd, dat betekent dat mensen er graag wonen en daar veel geld voor over hebben. Op het moment zijn de prijzen een beetje aan het zakken, maar een jaar of twee geleden betaalde je de hoofdprijs per vierkante meter. Een huis van 45 vierkante meter kostte 250.000 euro. Een hoop geld, maar je betaalde het ervoor. Tegen de tijd dat je aan kinderen wilde beginnen verkocht je het toch met winst. Ha.

Ik heb de pech/het geluk dat ik in een van de weinige nog resterende huurhuizen van Wittervrouwen woon. Als starter kan ik nooit een huis in Wittevrouwen betalen, als huurder wel (al is mijn huur extra hoog wegens de geliefde wijk, zonder dat ik iets van service of extra kwaliteit terugzie). Want groter wonen zou ik best willen. Maar weg uit Wittevrouwen wil ik ook niet echt.
Ik heb een tussenweg gevonden door het huren van een kantoortje. Door veel geluk heb ik iets redelijk betaalbaars gevonden in de binnenstad. Daardoor fiets en loop ik veel heen en weer tussen mijn huis en mijn kantoortje. Via de Voorstraat. En dat is geen pretje.

De laatste jaren is de Voorstraat behoorlijk opgeknapt. Er is een tendens naar het vestigen van (afhaal)restaurants. Er zitten twee eettenten met een uitzonderlijke prijs/kwaliteitverhouding, Vietnamees restaurant Saigon en shushibar Kyushu en er is wat nieuwbouw gepleegd die het aanzien van de straat goed doet, ook al is het soms historiserende nieuwbouw, en de universiteit heeft ook flink geïnvesteerd in de voormalige UB. Alle voorwaarden voor een fijne straat dus.

Maar helaas. De Voorstraat is een van de onprettigste straten van Utrecht. Overdag valt het op zich wel mee, als je de bedelaars buiten beschouwing laat, maar 's avonds en 's nachts is het een nare, grauwe plek. En overdag zie je de sporen van die donkere uren: in de Voorstraat is het permanent de dag na het festival, de dag na de Vrijmarkt. Overal vieze troep, overal afval, overal de geur van volgepieste portieken. De herinnering aan de nacht vol dronkelappen, junks, zwervers en daklozen, aan groepjes Marokkanen die in de Hardebollenstraat rondhangen, aan hoerenlopers die schichtig heen en weer schieten. Het is voor een deel aan het Snurkhuis op de hoek Jansveld/Voorstraat te wijten, maar dat is niet helemaal eerlijk. Dat zit er al een jaar of twintig, en pas de laatste jaren is het permanent feest in de Voorstraat met dronken/verwarde lui die met elkaar op de vuist gaan. Nee, dat is de moderne tijd, met wazige hoofden die vinden dat mensen met een psychiatrisch probleem recht hebben op een normaal leven, zonder in te zien dat die mensen geen idee hebben hoe dat er uitziet. De meeste psychiatrische patiënten hebben ook een verslavingsprobleem, waardoor ze in een Catch 22-positie komen. Verslavingszorg wil hen pas helpen als ze psychisch op orde zijn met therapie en/of medicijnen en de psychische hulp komt pas op gang als de verslaving bedwongen is.

Arme winkeliers en restauranthouders. Sommigen hebben de herinrichting niet overleefd en straks zijn de straatschuimers de nekslag. Ik hoef er alleen maar langs te fietsen.