In het ziekenhuis 6 - Kippensoep

Begin 2005 kreeg mijn jongste zoon het Rota-virus. In ontwikkelingslanden een zeker doodvonnis, in Nederland een punt van zorg, maar zelden fataal. Zijn moeder liet zich met hem insluiten op de quarantaineafdeling. Moederinstincten enzovoort. Na twee dagen smeekte ze me of ik alsjeblieft eten wilde meebrengen. Een salade, of wat dan ook. In dezelfde week schreef Sylvia Witteman een column over het Rota-virus en het slechte eten in ziekenhuizen. Een Surinaamse familie bracht zelf eten mee, schreef ze, en nodigde haar uit.
Zo herkenbaar. Zelfs het personeel liet het eten passeren en warmde zelf een diepvriesmaaltijd op.

Het is nog steeds hetzelfde. De eerste dag kruiste ik 'Griekse salade' en 'couscous' aan op de lijst met mogelijke gerechten. De naam was beter dan het eten. De Griekse salade was een bakje rauwkost. Zonder feta. Zonder olijven. Maar met zo'n vieze gelei-achtige dressing op basis van johannesbroodpittenmeel. De kok was vergeten de couscouskruiden in de couscous te doen. Het brood was sponzig en de vleeswaren, per een of twee plakjes verpakt, smaakten naar het plastic waar ze uit kwamen. Ik klaagde niet, want ik weet het aan mijn longontsteking dat het niet smaakte.
Tot ik op maandag een bakje kippensoep kreeg van de Kaapverdiaanse achterbuurman. Ik dacht dat ik in de hemel terechtkwam. Het lag niet aan mij. Ziekte verlaagt alle weerstand. Ook die tegen emoties. Tegenover was een vrouw gebracht die op mijn moeder leek op haar sterfbed. Om haar moest ik huilen van empatisch verdriet. Ik moest bijna huilen van geluk om die soep.

Hoe simpel kan het zijn, lekker eten? De gemotoriseerde broodkar had ook goddelijk lekkere biologische boerenyoghurt. Dat dan weer wel.

In het ziekenhuis 5 - Intimiteit

Eind 2007 had ik ook een longontsteking. Ik liep al weken te sukkelen met mij gezondheid. Ik was kortademig. De arts in opleiding had me al twee keer onderzocht, maar niets gevonden. Ondanks inhalatiemedicijnen werd ik zieker en zieker. Ik hoestte zo veel en diep dat ik een spier in mijn zij verrekte. Dacht ik. Het pijnlijke gekraak bleek een ontstoken long. De arts in opleiding schrok daar zo van dat ze me in de nasleep extra degelijk onderzocht. Het was ook een bijzonder mooie en goed verzorgde vrouw van ergens in de twintig. Lang, blond, smetteloze huid, atletisch lichaam. Je uitkleden voor zo'n dokter is anders dan voor een dokter die even oud is als je zelf bent. Of die een man is. Ik werd verlegen van haar.
De internist in het ziekenhuis die naar mijn longen komt luisteren is niet veel ouder dan de arts-in-opleiding uit 2007 en de twee co-assistentes die ze bij zich heeft zijn nog veel jonger. Een van de co-assistentes is te mooi en weer voel ik me ongemakkelijk als ze met zijn drieën hun koele stethoscopen over mijn rug en borst laten gaan. Er zijn mannen die heel goed grapjes kunnen maken met vrouwen die hen onderzoeken, maar mij maken ze verlegen. De co-assistente zou zo de catwalk op kunnen.
Als ze me een hand heeft gegeven na het onderzoek ontsmet ze die meteen.

De mevrouw naast me die aan het aquarium ligt kan niet van haar bed weg. Ze heeft een slangetje in haar neus. Na het onbijt moet ze naar de wc en als de mevrouw niet naar de wc kan komt de wc wel naar de mevrouw. Discreet trekt de zuster het gordijn naast mijn bed dicht. Alsof dat iets helpt. Ik zie twee blauwdooraderde benen onder de gordijnen steken. En dan walmt er een verschrikkelijke stank over me heen. Dat vertellen ze niet als je wordt opgenomen.
Lang geleden deelde ik in Parijs een kamer met een meisje op wie ik verliefd was. Er was een toilet op de kamer, maar ik ging liever naar de gore gemeenschappelijke wc op de gang. Dat was een intimiteit die ik niet met haar kon delen. Maar in het ziekenhuis heb je geen keus. Intimiteiten met vreemden. Een beauty and brains die walgend jouw rugzweet van haar handen wast, een wildvreemde mevrouw die ongegeneerd op een halve meter afstand van je hoofd zit te poepen.

1 maart

Toen bleek dat Jo Jo Stepper geen imaginair vriendje was

tumblr_kwzxozhMJ11qz7lxdo1_500

In het ziekenhuis 4 - De Pijnmonologen

Ik heb geen tv genomen. Als je vóór acht uur 's avonds belt kun je nog dezelfde dag tv kijken. Het geluid beluister je met een koptelefoon. Ik kijk thuis ook geen tv. Soms ga ik wel eens zitten en zap langs een aantal zenders. Omdat ik te moe ben iets anders te doen blijf ik dat maar doen. Zappen. Meestal blijf ik dan op Discovery Channel of National Geographic hangen. Ik kan de tv-shows met BN'ers niet meer verdragen, het is alsof alle zenders ervan vergeven zijn. Sommigen van hen waren ooit kroegmaten. Het is waarschijnlijk goed voor hun carrière, zo'n spelletje. Het zal wel.
Talentenjachten laten me ook koud. Misschien kan ik me niet inleven in die hoop die die mensen koesteren. Wanneer is het begonnen? In 2003, geloof ik, of 2002. En wat heeft het Nederland opgeleverd? Hoeveel talent hebben al die jaren opgeleverd? Meer dan Gerard Joling, Marco Borsato en René Froger die ik verbind aan de Soundmixshow? En dat terwijl René Froger daar nooit aan meedeed. Wat een weggegooid geld. Nou ja, weggegooid was het toch wel. Zo lang ik er maar niet naar hoef te kijken.
Maar ik zal hier in het ziekenhuis niet wijken. Geen tv. Alleen omdat ik longontsteking heb? Alleen omdat mijn moeizame pas-de-deux met de infuusstandaard op en neer naar de wc mij nabij de totale uitputting brengt? Alleen omdat ik amper meer helder kan denken? Ik dacht het niet.

Het lege bed blijft niet lang leeg. Vier ambulancebroeders rijden een brancard de kamer binnen met een kreunende mevrouw. Ik vermoed een gebroken heup. Ze tillen haar een-twee-ingodsnaam over op het bed en wensen haar een spoedig herstel. Ze blijft kreunen. En zuchten. En steunen.
Als je kinderen hebt leer je de verschillende huiltjes herkennen. Aan de toonhoogte, het volume, de intervallen weet je meteen of je het artikel kan uitlezen, of je eens moet gaan kijken, of dat je alles moet laten vallen en een sprintje moet trekken. Als je verpleegkundige bent zul je vast het gesteun van de patiënten ook kunnen lezen als een gebruiksaanwijzing.
Vandaar dat de zusters wegblijven, op hun dooie gemak op de noodknop reageren of eerst een laken rechttrekken voor ze op haar reageren.
Ik zou een soort van solidariteit moeten voelen, want de nieuwe mevrouw is ook opgenomen voor een longontsteking. Maar ze werkt op mijn zenuwen. Met een zeurderige klaagstem verklaart ze haar ongemak: de ambulance reed te hard door de bocht. De ambulance reed achteruit. Ze kon niet naar buiten kijken tijdens het rijden. Daarvan werd ze pas echt ziek. Zieker dan van haar longontsteking, beweert ze. Een dag later is ze er nog beroerd van, zeurt en zaagt ze. Onafgebroken, alsof ik er niet ben, en als ik een buurvrouw krijg, alsof zij er ook niet is.
Haar enige bezoek is haar schoonzoon uit Limburg. Heel haar familie woont in Limburg. Ze woont helemaal moederziel alleen in Zeist.
Haar schoonzoon spreekt haar met 'u' aan.
Ik begrijp haar wat beter.

De vrouw die naast me ligt heeft een beademingsapparaatje dat borrelt. Het klinkt alsof er een aquarium op mijn kamer staat. Ik had vroeger een aquarium met schildpadden. Daar doet het me aan denken.
Gezellig.


28-02-2010

Iedereen is een idioot tot het tegendeel is het bewezen

tumblr_kuvyjh9OVN1qzwrk6o1_500

De slordige keuken van Wittevrouwen

Ik sta erin, in De keuken van Wittevrouwen. Als 'kommaneuker' en afwijzer van torentjes, timbaaltjes en bedjes in restaurants. Altijd even slikken als je leest wat een interviewer interessant genoeg vond om op te schrijven van je uitspraken. Ik heb niets tegen restaurants die hun best doen. Ik heb iets tegen restaurants die met show-orkesten op je bord hun fantasieloze keuken verbloemen.

Na het succes van het Lombok Kookboek moest elke zichzelf respecterende wijk van Utrecht een kookboek. Daar zat vaak vast een idealistische gedachte achter, denk ik dan, met Kanaleneiland in het achterhoofd. Idealisme is voor Wittevrouwen niet nodig. Een van de witste en meest homogene wijken van de stad. Hoogopgeleid, bakfiets, Prius, Franse auto of Volvo voor de deur, zo goedgebekt en assertief dat de onderwijskrachten van de Jenaplanschool erop voorbereid worden dat de ouders zich overal mee bemoeien. Veel tweekindergezinnen, al is het modieuze derde kind in opkomst, en tegelijk ook veel van die grijsharige tanige dames die op stoere fietsen en stevige schoenen door de wijk racen.Van die Pieterpadloopsters. Tijdens de verkiezingen posters van GroenLinks, PvdA en D66 voor de ramen, geabonneerd op de Volkskrant en de NRC. Blijkbaar ook goedgeefs, want elke week staat er wel zo'n student(e) voor de deur die me een handtekening wil laten zetten voor een goed doel. Op wat complexen huurhuizen na in de Kapelstraat, Marmerstraat en St.-Janshovenstraat – restanten van een goddank wegens faillissement van de stad gestopte stadsvernieuwing – nagenoeg alleen maar koophuizen, met een vierkante-meterprijs die alleen rond het Wilhelminapark wordt overtroffen, maar daar heb je dan ook meer dan 45 vierkante meter tot je beschikking. Nee, Wittevrouwen is overwegend heel erg OSM en ik geniet er elke dag van. Nooit verrast worden door een buurman die geen krant leest, of die geen woorden kent van meer dan twee lettergrepen.

Toch ben ik een beetje teleurgesteld in het boek, als bewoner van Wittevrouwen. Van oorsprong is de wijk een volkswijk, net als Ondiep en Sterrenwijk, en als die stadsvernieuwing was doorgegaan in de jaren tachtig hadden er nu allemaal kleine huurhuizen gestaan met 'slagroomgordijnen' en was Wittevrouwen nog zo'n volkswijk geweest, waar de kinderen niet Mees, Storm, Anne en Sterre hadden geheten, maar Wesley, Priscilla en Joey. En je weet het, je moet de eerste internist die Priscilla heet nog tegenkomen. Maar van die oorspronkelijke bewoners zijn er nog een paar aanwezig. Ze huren zo'n huis – dat hun buren voor drie ton gekocht hebben – nog voor onder de huursubsidiegrens. Die had ik graag ook in De keuken van Wittevrouwen gezien. En als we toch idealistisch doen, er wonen zeker Marokkaanse, Surinaamse, Indonesische en een Kaap-Verdiaans gezin in de wijk. Een van hen erbij was ook niet verkeerd geweest. Maar dat zijn kleine punten. Het is verder een aardig boekje geworden, met leuke inkijkjes in de keukens van de bewoners.

Wat geen klein punt is, is de boekverzorging. Als kommaneuker vind ik De keuken van Wittevrouwen een enorme misser. Er is geen pagina zonder fouten. Namen en gerechten zijn verkeerd geschreven, afbrekingen deugen niet, en tik- en spatiefouten en spel- en grammaticafouten waarvoor een schrijver zich dood moet schamen rijgen zich aaneen. Elk boek heeft één grote fout, maar dit boek heeft er op elke pagina minstens drie. Hoe is dit in godsnaam mogelijk? Was dit haastwerk? Geen geld voor een eindredacteur? In deze versie had het boek nooit uitgegeven mogen worden, zeker omdat het ook een visitekaartje is voor de wijk. Ik zou me ervoor doodgeschaamd hebben, als ik ervoor verantwoordelijk was geweest.

Of moet je daarvoor echt een kommaneuker zijn?

Wereldvrouwendag, bijdrage van T-Mobile!

Schermafbeelding 2010-03-08 om 13.43.35

31% rechts of 100% elitair

Schermafbeelding 2010-02-11 om 12.30.10

Ik deed een testje op de Avro-site en ik was 31% rechts. Dat valt me nogal tegen, want ik dacht 50% rechts-50% links te zijn. Ik voel me namelijk bij geen enkele partij thuis. Mijn ideeën zijn terug te vinden in de partijprogramma's van de ChristenUnie, de PVV, het CDA, de PvdA, de VVD, Leefbaar Utrecht, GroenLinks en de SP. Maar blijkbaar is dat toch linkser dan ik dacht.

Misschien ben ik elitair, een oude aristocraat van hart die, terend op zijn erfenis en de opbrengst van zijn landgoed, vindt dat het volk tevreden gehouden moet worden met goed onderwijs, goed eten en goede medische verzorging, zodat het mij ongestoord mijn gang laat gaan bij het genieten van kunst en cultuur. Zoiets als de oude baron van Haarzuilens die rigoureus het laat-middeleeuwse dorp Haarzuilens (O, de archeologische en cultuurhistorische rijkdom daarvan) liet afbreken en twee kilometer verderop in de toen hypermoderne vakwerkstijl liet herbouwen, zodat hij van zijn zijn weidelandschap kon genieten.

Baron. Ja. Dat lijkt mij een goede dagbesteding.

Jojanneke kreeg er inderdaad een dikke kont in, maar dat durfde Karin niet te zeggen

42

In het ziekenhuis 3 - Junk

Hoe en wanneer stel je jezelf voor aan elkaar, wanneer je in het ziekenhuis ligt? Of ben je daarvan vrijgesteld omdat je toch op een halve meter afstand van elkaar zit te poepen op een po-stoel? In het dagelijkse leven vind ik mezelf voorstellen al een opgave. Ik weet nooit het moment te vangen en dan sta ik daar als enige in een gezelschap die zich niet heeft voorgesteld, een feit dat met de minuut pregnanter wordt. Tot ik maar gewoon wegloop.
Dus ik knik goeiemorgen naar een broodmagere man, doorschijnend als glas, die opeens in het bed tegenover me ligt. Ik denk dat een kankerpatiënt is, of iemand met HIV, zo mager en suf is hij. Het personeel doet haar uiterste best om hem wakker te krijgen en te houden, maar hij blijft maar wegdoezelen. Hij heeft plaats geruild met slaapapneuman en om een of andere reden denk ik dat hij al drie maanden in het ziekenhuis ligt. En op een of andere manier denk ik dat ik me vergis als hij zegt dat hij 'een hamburgertje' wil, als iemand vraagt wat hij 's avond wil eten. Dan vraagt hij waar hij is.
Later op de middag komt de dokter naar hem kijken. Hij mag vandaag naar huis.
'Heeft u een huis?' vraagt de dokter.
Lijkt mij een impertinente vraag, maar de glasman antwoordt dat hij in het Snurkhuis verblijft, de oude naam van de Sleep-inn op het Jansveld. De dokter zegt dat ze zullen bellen zodat hij daar vanavond terecht kan.
'Heeft u een baan?'
'Ja, maar ik kan daar niet werken.'
De dokter kijkt hem verbaasd aan.
'Mijn baas wil ik dat 's nachts werk, maar ik kan dat niet.'
De dokter neemt het voor kennisgeving aan. 'Wat heeft u allemaal gebruikt?'
'Eh, amfetamine, Apfelkorn, bier en valium.'
'Valium?'
'Ja, als downer!' Dat die dokter dat niet begrijpt. 'Ik zit op een oproep van de detox te wachten. Ik sta op een wachtlijst.'
'Maar u moet dat niet doen. U bent vannacht op straat gevonden, u had wel dood kunnen vriezen!'
'Echt?'
'Ja. Het is maar goed dat iemand u gevonden heeft en de ambulance heeft gebeld.'
'Ik vroeg me al af hoe ik hier terecht was gekomen. Ben gisteren naar een feestje in Den Bosch geweest en daarna weet ik helemaal niets meer.'
'Goed. U blijft hier tot het eten, wij bellen de sleep-inn en niet meer zulke dingen doen, hoor, anders ligt u hier volgende week weer.'
'Echt?'
'Ja, echt.'
Glasman valt weer in slaap tot de lunch komt. Ik kan zelf met veel moeite twee boterhammen wegwerken, maar hij neemt het er van. In de loop van de dag gaan de stickers voor de hartfilm van zijn buik en gaat de naald van het infuus uit zijn arm. Ik heb ook een infuus. In elke arm zitten meerdere naaldenprikken, de ergste in mijn linkerpols, toen de verpleger mijn slagader niet kon vinden en wanhopig in mijn pols bleef rondroeren, tot iemand anders het overnam. Ik lijk wel een junk. In het eerste stadium, want ik heb nog overgewicht.
Voor het zeven uur is is hij al vertrokken. Zijn resolute houding dat hij om vier uur ergens moest zijn en nog zaken had, maakte indruk. De indruk van 'niet fokken met mij, als ik ga, dan ga ik'. Hij gaat naar de wc en neemt een lange douche. Terwijl hij zich aankleedt houdt hij een monoloog, waarbij ik als publiek dien te fungeren. Ik mompel af en toe wat. De situatie waarin hij verkeert ligt natuurlijk geheel buiten zijn schuld. Maar over twee weken gaat hij in de detox en dan is alles voorbij. Ik heb een half jaar geleden bijna exact hetzelfde verhaal gehoord van een dakloze die in mijn tuin mocht slapen.
Als hij weg is vraag ik of ze de wc willen ontsmetten.

(28 januari)

In het ziekenhuis 2 - Bloedhoest

Bloedhoest. Ik vind het net zo'n naar woord als 'vleespet'. Maar het was er. Nadat ik vrijdagnacht al mijn eten uitkotste rochelde ik er een flinke bloederige slijmklont achteraan. Dat bevestigde de diagnose alleen maar. Een longontsteking, boven in mijn rechterlong. Niet dat ik als een kettingroker lag te rochelen. Daarvoor deed ademhalen teveel pijn. Alleen maar korte pufjes in en uit, als een hyperventilerend nufje. En zo lig ik nu in het ziekenhuis. Op de afdeling interne, want de longafdeling is overvol. Longontsteking is de nieuwe Mexicaanse griep.
Ik ben alleen op de kamer van vier bedden, maar dat zal niet lang duren, zeggen de verpleegkundigen die me een bed aan het raam adviseren. Heb ik uitkijk op een bejaardentehuis. Leuk. Als het geredder om me heen verdwenen is, mijn geliefde blijft maar terugkomen, heb ik vrede met de situatie. Die klus zal ik nooit meer afkrijgen, die baan waar ik maandag aan zou beginnen is er hopelijk volgende week nog steeds. Nu is er alleen mijn pijnlijke long, 39 graden koorts en de behoefte aan nog meer slaap.

Binnen het uur komt er een man binnen die zwaar ademhaalt. Zo gauw hij gaat liggen verandert zijn ademhaling in een verzamel-cd van snurkvariaties en de cd staat op fastforward. Ik hoor dat hij slaapapneu heeft, een afwijking waarbij je ademhaling stopt in je slaap, waarna je weer wakker word, in slaap valt, weer wakker wordt, in een eindeloze herhaling. Het gaat gepaard met hoest- snurk-, braak- en stikgeluiden. Ik heb nog nooit zoiets gehoord. De man blijkt voor zijn apneu een apparaatje te hebben, maar dat heeft hij thuisgelaten.
Na een half uur komt een verpleegkundige me oordopjes brengen. Dat scheelt. Als ik het niet meer uithoudt willen ze me wel naar een onderzoekskamer brengen, zodat ik rustig kan slapen, maar dat blijkt op de kamer ook te lukken. Om zes uur word ik wakker, dwars door het geronk, gezaag, gesputter, gepraat heengeslapen. 'Maakt u zich geen zorgen,' zegt degene die een nieuw infuus komt hangen. 'We leggen hem op een kamer alleen. Dit is geen doen, we konden hem aan de andere kant van de afdeling horen.'

Mijn geliefde lacht besmuikt als ze het verhaal hoort. 'Heb je jezelf wel eens horen snurken?' Nee.

27/28 februari 2010

Lucas moest nog leren wat echt lekker is

358

In het ziekenhuis 1 - Urinegeur

De geur van verschaalde urine, die diep in het voegwit tussen was getrokken en daar met geen emmers chloor meer uit te krijgen was. Die geur – die ik later nog eens rook toen ik me liet wijsmaken dat een week oude urine goed voor de haargroei was, waarna ik altijd een voorraadje in een oude hazelnootpastapot achter de plee bewaarde – die herinnerde ik me onmiddellijk toen ik de zaal werd opgereden. Het was mijn eerste opname na 1973, toen ik met een acute blindedarmontsteking naar het Ignatius in Breda werd gebracht. Op de plaats waar ik dertien jaar eerder uit mijn moeder was gesneden werd mijn ontstoken blindedarm chirurgisch verwijderd. De zaal op de kinderafdeling had een eigen badkamer waar we ons konden wassen. Er hingen twee wasbakken aan de muur, er stonden twee wc's en de rest van de ruimte werd als opslag gebruikt. Misschien dat daarom daar die bedwelmende walgelijke geur er hing. Hij hangt er nu niet, noch in de wc, noch in de badkamer, die er allebei uitzien als de natte cellen in een Formule I hotel. Als je de deur dicht doet gaat er een lampje branden en ontsmetten douches van lysol de wanden en de wc. In dat hotel, niet hier. Iemand maakt de boel regelmatig schoon met chloor.
Frappant dat ik het meteen weer ruik als ik de zaal wordt opgereden. Dat het alweer zo lang geleden is, bijna 37 jaar. Ik moet meteen aan mijn vader denken die na zijn blindedarmoperatie ook niet nooit meer in het ziekenhuis kwam. Op zijn 55ste viel hij door het dak van de kolenopslag die ze aan het slopen of herstellen waren en iets met zijn enkel had. Daarna werd hij vaste klant van het Ignatius in Breda, tot hij er 13 jaar later stierf. Misschien heb ik nu ook een passe-partout gekregen, al doen de onderzoeken van de laatste weken, die los stonden van mijn ziekenhuisopname, en die van de laatste dagen, anders vermoeden.
Longinhoud van 5,75 liter, longcapaciteit van 117%, longleeftijd van 39 jaar, gezichtsvermogen van 120% (nou ja, alleen rechts, links heb ik 5%). Sinds vandaag weet ik dat ik mijn bloeddruk prima is, dat het zuurstofgehalte in mijn bloed 98% is, dat de hartfilm niets afwijkends heeft opgeleverd. 88 kilo, dat zou een beetje minder kunnen, maar verder ben ik een atletische god die met recht vaak tien jaar jonger wordt geschat.

Maar toch lig ik in het ziekenhuis. Met een longontsteking. In september 2007 had ik er ook een en als ik denk aan eerdere gevallen van ziekte herken ik de symptomen en had ik er in februari 1999 en in begin jaren 1980 ook een. En in 1973, toen ze eerst longfoto's maakten voor ze me durfden te opereren en ik daarna met doorgesneden buikspieren mijn hoestreflex probeerde te onderdrukken. Dat kan je niet, daarom heet het ook een reflex. Maar ja, als ze me niet geopereerd hadden was ik zeker doodgegaan.
Longontsteking. Iets voor kleine kindjes en oude mensen. Niet voor mannen in de kracht van hun leven, die met hun viriele levenskracht nog steeds de vrouwen het hoofd op hol jagen. Toch lig ik hier. Tussen de oude vrouwen. Met longontsteking. En mannen in de kracht van hun leven met slaapapneu. En een verdwaalde dakloze die voor dood van straat is geraapt en eenmaal bij kennis zo snel mogelijk weer naar buiten wil omdat hij een afspraak heeft, dingen moet regelen. Maar ik loop vooruit op de zaken. En dat maakt me moe.

27 februari 2010

Die automatisering is nog niet ideaal

Schermafbeelding 2009-12-13 om 10.04.51