jul 2009
Op de maan
20 juli 2009, 23:15
Veertig jaar
geleden stond de eerste mens op de maan. Veertig jaar
later zijn er een heleboel mensen die het niet meer
geloven. Het is ook raar. De besturingscomputer van
de Apollo had minder rekenkracht dan een iPod en
twintig jaar later vallen de spaceshuttles als dode
vogels uit de lucht (maar ook dat schijnt een hoax te
zijn).
Ik ga geen links geven, zoek zelf maar op 'moonlanding+hoax'. Maar ik geloof het wel. Als de maanlandingen een stunt waren geweest dan was het altijd uitgekomen. Er werkten 400.000 mensen aan mee. Iemand was gaan kletsen.
En niet te vergeten, de maanlanding was een prestigeproject om de Russen een hak te zetten, die als eerste een mens in de ruimte hadden. Geloof maar dat Rusland alles gedaan heeft om het Amerikaanse feestje te bederven.
Tenzij Gagarins ruimtereis ook een hoax was, natuurlijk. Hij is toch ook bij een straaljagerongeluk om het leven gekomen. Omdat hij wilde gaan praten, misschien?
Ik ga geen links geven, zoek zelf maar op 'moonlanding+hoax'. Maar ik geloof het wel. Als de maanlandingen een stunt waren geweest dan was het altijd uitgekomen. Er werkten 400.000 mensen aan mee. Iemand was gaan kletsen.
En niet te vergeten, de maanlanding was een prestigeproject om de Russen een hak te zetten, die als eerste een mens in de ruimte hadden. Geloof maar dat Rusland alles gedaan heeft om het Amerikaanse feestje te bederven.
Tenzij Gagarins ruimtereis ook een hoax was, natuurlijk. Hij is toch ook bij een straaljagerongeluk om het leven gekomen. Omdat hij wilde gaan praten, misschien?
Uitvaart Simon Vinkenoog
18 juli 2009, 16:39

Vinkenoog
17 juli 2009, 16:49
81 jaar kloppen aan het bewustzijn van de
Nederlander
Psychogeografische wandeling door Amsterdam met Simon Vinkenoog
Het plan was heel simpel en rechtlijnig. We gaan door Amsterdam wandelen met Simon Vinkenoog, langs drie of vier plekken die betekenis voor hem hebben. We schrijven het op, maken er foto's van en klaar. Maar simpel en rechtlijnig en Simon Vinkenoog gaan niet samen. Al bijna 81 jaar niet.
De dichter/schrijver/performer/kunstenaar/lifeblogger is het levende bewijs dat leeftijd een geestesgesteldheid is en geen fysieke toestand. 'Ik ken ouwe mannetjes van 19,' zegt hij instemmend, ondertussen naar adem happend van de korte wandeling van zijn huis naar Carré.
Carré! Simon heeft er verder niet zoveel mee, behalve dat hij in 1966 het initiatief nam voor ‘Poëzie in Carré’. De Moeder Aller Nederlandse Poëziefestivals, de eerste keer dat Nederlandse dichters op het podium stonden en waar Jules Deelder in bloemetjeshemd debuteerde en Johnny ‘the Selfkicker’ van Doorn ruzie kreeg met het publiek. Veertig jaar later heeft Simon het contact met debuterende en gevestigde dichters nog steeds niet verloren. Als misschien wel de actiefste dichter van Nederland weet hij telkens weer een jongere generatie aan te spreken, De Vader Aller Poëtische Generaties. Van Lowlands tot poetry slam: 'Ik ben van alle generaties. Ik ben jong van binnen, voor eeuwig hetzelfde. Ik heb het gevoel dat als ik iets zeg ieders gevoel uitspreek, omdat ik hoop vanuit mijn essentie te spreken en hen zo ook in hun essentie te treffen '
Jong van binnen, inderdaad, borrelend van de anekdotes en verhalen, met een permanent frisse blik op rare fietsen, opvallende billboards en de verzakte Vijzelgracht. De benen, ondertussen, die willen niet meer. Een heel leven stevig doorroken heeft zich gewroken, bypasses voor dichtgeslibde bloedvaten, een permanent pijnlijke rechtervoet, maar lopen moet hij, om de circulatie te stimuleren. ‘Het is een consequentie die ik aanvaard.’
Toch maar de tram naar het Leidseplein.
In die vroege onschuldige jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw had je Pleiners (ouwehoeren, jazz) en Dijkers (lol trappen, rock’n’roll) in Amsterdam. Simon Vinkenoog was een Pleiner, met Café Reynders als stamcafé. Voor we er heen gaat moet Simon eerst een bezoek aan The Bulldog brengen voor zijn dagelijkse portie joints. Er is net een bus Italiaanse toeristen losgelaten, die als kleuters in de Efteling met rode wangetjes in de rij staan, maar gelukkig mag Simon voorkruipen. Op weg naar Reynders moeten we wachten tot een transport plaskruizen voorbij is. Het is een surrealistisch beeld en Simon ziet er de absurditeit van. Net als van het feit dat The Bulldog ooit een politiebureau was waar hij ooit in de cel zat wegens vandalisme. ‘Een kwajongensstreek,’ zegt hij vergoelijkend, al moet hij toegeven dat hij toen half de dertig was.
Naast de bar in Reynders hangt een foto uit 1946 met de latere Vijftigers, allemaal piepjonge jochies, inclusief Simon. De meisjes achter de bar, allemaal piepjonge meidjes, gaan als we vertrekken bij toerbeurten kijken. Alsof ze foto voor het eerst zien. ‘Schoolkinderen en Marokkaantjes lezen niet. Ik hoor tot de geschiedenis.’
De geschiedenis van de literatuur is dat, toen hij in Parijs woonde, maandenlang model was voor Ossip Zadkine, (‘Un vrai Adam,’ riep die uit toen hij Simon in zijn blootje zag), de nadagen van Cobra meemaakte en het opkomen van de Vijftigers. En omging met Ed van der Elsken, Johan van der Keuken, Jan Vrijman en Cees Nooteboom.
In de rookruimte van Reynders, waar eerst het biljart stond, steekt Simon zijn eerste joint van die dag op. Van blowen gaat zijn bloed tintelen, hij krijgt er flux de bouche van en het helpt tegen de pijn in zijn benen. ‘In Parijs zaten de eerste Europese drop-outs, die niet werkten en in de marge langs het leven scheerden. In de inerte massa in het midden wordt niet geleefd, in de marge gebeurt het. Die mensen zijn de zonnevlekken die de zon doen stralen.’ Hij komt ze nog steeds tegen, de mensen ‘die niet geschikt zijn voor een loopbaan als loonslaaf’ zoals hij het noemt. ‘Ik ben niet de enige die aan het bewustzijn van de Nederlander klopt. Er zijn er genoeg die proberen de mensen wat ruimer te doen denken.'
Het meisje achter de bar kijkt ons na als we Reynders verlaten. Simon lijkt nog best op de Simon uit 1946. Je moet alleen twee keer kijken.
Op naar het Spui, in de jaren zestig het magies sentrum van de wereld, waar anti-rook magiër Robert-Jasper Grootveld happenings hield rond het Lieverdje. Dat was in de tijd dat je nog in de cel kwam voor het bekladden van reclameposters, zoals de inmiddels overleden Grootveld deed. Simon kende hem goed. ‘Iemand die je graag uit de weg ging. Manisch-depressief type, je wist nooit of je een scheldkanonnade kon verwachten.’
Het is vrijdag, dus het is boekenmarkt op het Spui en Simon loopt onmiddellijk naar de kramen. De joint heeft Simon goed gedaan, nu kunnen we hem bijna niet meer bijhouden als hij vooruit loopt. Boven ons klinkt het elysische geluid van de zeemeeuwen.
In 1984 luidde Simon de eerste boekenmarkt in met zijn gedicht ‘Spui rondzang’. Terwijl hij vriendelijk begroet wordt door Henk Molenaar, woordvoerder van de markt, komt een andere boekhandelaar met een ingelijst exemplaar van deze ode. Simon gaat er voor zitten en declameert de welluidende zinnen. Binnen de kortste keren zijn we omringd door meeluisterende mensen. ‘Tijdgebonden, maar het overleeft alles,’ zegt Simon tevreden over het gedicht.
Aan de overkant is weer een happening gaande rondom het Lieverdje, waar Vrouwen in het Zwart protesteren tegen de Israëlische invasie in de Gazastrook. Simon vlijt zich neer op een witte fiets tegen het beeldje en is daar één met Amsterdam. Ondertussen ensceneren de Vrouwen in Zwart voor de aanwezige fotograaf een mooi plaatje. Met Simon het midden.
Trekt hij al die gekke dingen aan, of wat is het? ‘Dat is psychogeografie,’ zegt hij glimlachend. De ‘wetenschap van het dwalen’ die ervan uitgaat dat jij net zoveel invloed op je omgeving hebt als die op jou heeft. Loop maar ergens heen en er gebeurt wat. Het is een term van de Situationisten, een politiek-kunstzinnige beweging uit de jaren zestig.
Het is een beetje Simons leven, dwalend door het leven en er toch komen.
Hij zet er de pas in. Kom jongens, op naar Scheltema. Hij heeft nog zoveel te vertellen.
www.simonvinkenoog.nl
Ter gelegenheid van zijn tachtigste verjaardag verscheen in 2008 Am[ster]dam Madmaster (ISBN 9789054521891), zijn onverbiddelijke liefdesverklaring aan de stad. Simon Vinkenoog wordt op 18 juli 2009 81 jaar.
---
Verschenen op 10 juni in NL20
Psychogeografische wandeling door Amsterdam met Simon Vinkenoog
Het plan was heel simpel en rechtlijnig. We gaan door Amsterdam wandelen met Simon Vinkenoog, langs drie of vier plekken die betekenis voor hem hebben. We schrijven het op, maken er foto's van en klaar. Maar simpel en rechtlijnig en Simon Vinkenoog gaan niet samen. Al bijna 81 jaar niet.
De dichter/schrijver/performer/kunstenaar/lifeblogger is het levende bewijs dat leeftijd een geestesgesteldheid is en geen fysieke toestand. 'Ik ken ouwe mannetjes van 19,' zegt hij instemmend, ondertussen naar adem happend van de korte wandeling van zijn huis naar Carré.
Carré! Simon heeft er verder niet zoveel mee, behalve dat hij in 1966 het initiatief nam voor ‘Poëzie in Carré’. De Moeder Aller Nederlandse Poëziefestivals, de eerste keer dat Nederlandse dichters op het podium stonden en waar Jules Deelder in bloemetjeshemd debuteerde en Johnny ‘the Selfkicker’ van Doorn ruzie kreeg met het publiek. Veertig jaar later heeft Simon het contact met debuterende en gevestigde dichters nog steeds niet verloren. Als misschien wel de actiefste dichter van Nederland weet hij telkens weer een jongere generatie aan te spreken, De Vader Aller Poëtische Generaties. Van Lowlands tot poetry slam: 'Ik ben van alle generaties. Ik ben jong van binnen, voor eeuwig hetzelfde. Ik heb het gevoel dat als ik iets zeg ieders gevoel uitspreek, omdat ik hoop vanuit mijn essentie te spreken en hen zo ook in hun essentie te treffen '
Jong van binnen, inderdaad, borrelend van de anekdotes en verhalen, met een permanent frisse blik op rare fietsen, opvallende billboards en de verzakte Vijzelgracht. De benen, ondertussen, die willen niet meer. Een heel leven stevig doorroken heeft zich gewroken, bypasses voor dichtgeslibde bloedvaten, een permanent pijnlijke rechtervoet, maar lopen moet hij, om de circulatie te stimuleren. ‘Het is een consequentie die ik aanvaard.’
Toch maar de tram naar het Leidseplein.
In die vroege onschuldige jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw had je Pleiners (ouwehoeren, jazz) en Dijkers (lol trappen, rock’n’roll) in Amsterdam. Simon Vinkenoog was een Pleiner, met Café Reynders als stamcafé. Voor we er heen gaat moet Simon eerst een bezoek aan The Bulldog brengen voor zijn dagelijkse portie joints. Er is net een bus Italiaanse toeristen losgelaten, die als kleuters in de Efteling met rode wangetjes in de rij staan, maar gelukkig mag Simon voorkruipen. Op weg naar Reynders moeten we wachten tot een transport plaskruizen voorbij is. Het is een surrealistisch beeld en Simon ziet er de absurditeit van. Net als van het feit dat The Bulldog ooit een politiebureau was waar hij ooit in de cel zat wegens vandalisme. ‘Een kwajongensstreek,’ zegt hij vergoelijkend, al moet hij toegeven dat hij toen half de dertig was.
Naast de bar in Reynders hangt een foto uit 1946 met de latere Vijftigers, allemaal piepjonge jochies, inclusief Simon. De meisjes achter de bar, allemaal piepjonge meidjes, gaan als we vertrekken bij toerbeurten kijken. Alsof ze foto voor het eerst zien. ‘Schoolkinderen en Marokkaantjes lezen niet. Ik hoor tot de geschiedenis.’
De geschiedenis van de literatuur is dat, toen hij in Parijs woonde, maandenlang model was voor Ossip Zadkine, (‘Un vrai Adam,’ riep die uit toen hij Simon in zijn blootje zag), de nadagen van Cobra meemaakte en het opkomen van de Vijftigers. En omging met Ed van der Elsken, Johan van der Keuken, Jan Vrijman en Cees Nooteboom.
In de rookruimte van Reynders, waar eerst het biljart stond, steekt Simon zijn eerste joint van die dag op. Van blowen gaat zijn bloed tintelen, hij krijgt er flux de bouche van en het helpt tegen de pijn in zijn benen. ‘In Parijs zaten de eerste Europese drop-outs, die niet werkten en in de marge langs het leven scheerden. In de inerte massa in het midden wordt niet geleefd, in de marge gebeurt het. Die mensen zijn de zonnevlekken die de zon doen stralen.’ Hij komt ze nog steeds tegen, de mensen ‘die niet geschikt zijn voor een loopbaan als loonslaaf’ zoals hij het noemt. ‘Ik ben niet de enige die aan het bewustzijn van de Nederlander klopt. Er zijn er genoeg die proberen de mensen wat ruimer te doen denken.'
Het meisje achter de bar kijkt ons na als we Reynders verlaten. Simon lijkt nog best op de Simon uit 1946. Je moet alleen twee keer kijken.
Op naar het Spui, in de jaren zestig het magies sentrum van de wereld, waar anti-rook magiër Robert-Jasper Grootveld happenings hield rond het Lieverdje. Dat was in de tijd dat je nog in de cel kwam voor het bekladden van reclameposters, zoals de inmiddels overleden Grootveld deed. Simon kende hem goed. ‘Iemand die je graag uit de weg ging. Manisch-depressief type, je wist nooit of je een scheldkanonnade kon verwachten.’
Het is vrijdag, dus het is boekenmarkt op het Spui en Simon loopt onmiddellijk naar de kramen. De joint heeft Simon goed gedaan, nu kunnen we hem bijna niet meer bijhouden als hij vooruit loopt. Boven ons klinkt het elysische geluid van de zeemeeuwen.
In 1984 luidde Simon de eerste boekenmarkt in met zijn gedicht ‘Spui rondzang’. Terwijl hij vriendelijk begroet wordt door Henk Molenaar, woordvoerder van de markt, komt een andere boekhandelaar met een ingelijst exemplaar van deze ode. Simon gaat er voor zitten en declameert de welluidende zinnen. Binnen de kortste keren zijn we omringd door meeluisterende mensen. ‘Tijdgebonden, maar het overleeft alles,’ zegt Simon tevreden over het gedicht.
Aan de overkant is weer een happening gaande rondom het Lieverdje, waar Vrouwen in het Zwart protesteren tegen de Israëlische invasie in de Gazastrook. Simon vlijt zich neer op een witte fiets tegen het beeldje en is daar één met Amsterdam. Ondertussen ensceneren de Vrouwen in Zwart voor de aanwezige fotograaf een mooi plaatje. Met Simon het midden.
Trekt hij al die gekke dingen aan, of wat is het? ‘Dat is psychogeografie,’ zegt hij glimlachend. De ‘wetenschap van het dwalen’ die ervan uitgaat dat jij net zoveel invloed op je omgeving hebt als die op jou heeft. Loop maar ergens heen en er gebeurt wat. Het is een term van de Situationisten, een politiek-kunstzinnige beweging uit de jaren zestig.
Het is een beetje Simons leven, dwalend door het leven en er toch komen.
Hij zet er de pas in. Kom jongens, op naar Scheltema. Hij heeft nog zoveel te vertellen.
www.simonvinkenoog.nl
Ter gelegenheid van zijn tachtigste verjaardag verscheen in 2008 Am[ster]dam Madmaster (ISBN 9789054521891), zijn onverbiddelijke liefdesverklaring aan de stad. Simon Vinkenoog wordt op 18 juli 2009 81 jaar.
---
Verschenen op 10 juni in NL20
Dag Simon
12 juli 2009, 01:19
Op 10 juni
verscheen een interview van mij met Simon Vinkenoog
in NL20. Het artikel was een idee van Vincent van de
Wijngaard en Pamela Wilhelmus, die we nog kenden uit
onze Rails-tijd, wilde het graag plaatsen in NL20,
waarvan zij hoofdredacteur is.
Vincent en ik hebben al in maart de wandeling met Simon door Amsterdam gemaakt. Het was een erg genoeglijke middag met een man waar geen spatje kwaad in zit. Het is een mooie leeftijd, 80, maar zijn geest was jonger dan veel twintigers. Maar het lichaam wilde blijkbaar niet meer.
Afijn, hij schreef er de volgende dag meteen nog over op zijn weblog.

Welbespraakt en vief was hij die dag.
Ik lees net dat hij op sterven ligt. Door een zware hersenbloeding is hij hersendood.
Het is een slecht jaar voor de literatuur.
Vincent en ik hebben al in maart de wandeling met Simon door Amsterdam gemaakt. Het was een erg genoeglijke middag met een man waar geen spatje kwaad in zit. Het is een mooie leeftijd, 80, maar zijn geest was jonger dan veel twintigers. Maar het lichaam wilde blijkbaar niet meer.
Afijn, hij schreef er de volgende dag meteen nog over op zijn weblog.

Welbespraakt en vief was hij die dag.
Ik lees net dat hij op sterven ligt. Door een zware hersenbloeding is hij hersendood.
Het is een slecht jaar voor de literatuur.
Dag Harry
01 juli 2009, 18:09
Harry, 30 augustus 1991 - 30 juni 2009
Harry is een half uur nadat deze foto gemaakt is rustig ingeslapen.











