Bløf de meeste 3FM Awards
16 april 2007, 23:16
Ik kan er
niet aan uit. Bløf de populairste band van Nederland.
Ik heb nog steeds Liefs uit
Londen in mijn lijstje van
favoriete Nederlandstalige platen staan, maar de rest
van oeuvre kan me gestolen worden. Wat een
aaneenrijging van veel te veel woorden in
nietszeggende muziek, wat een oninteressant geluid,
plaat na plaat. Hoe kan het dat zulke muzak van de
meter zo populair is?
Vast bij dezelfde mensen die het megalomane Rood van Borsato mooi vinden. Of juist niet, mensen die denken dat de aan elkaar gesliste woordbrij van Bløf juist heel diep is.
Even een column van mij van vorig jaar voor het Mojo Music Magazine (bestaat niet meer)
Mijn indexpunten: August and Everything After – Counting Crows
Iedere zanger moet een stem hebben. Adam Duritz van Counting Crows heeft er een. Het was lente 1994 en ik was droevig. Droevig in Portugal, dat wel, waar de zonkans in maart 98 procent is en de temperatuur overdag kan oplopen tot 20 graden. Op mijn gettoblaster luisterde ik naar RFM, een Radio3-achtige zender die elke dag besloot met een praatje door een priester.
Op deze zender hoorde ik op een dag Mr. Jones van Counting Crows. Het is een weemoedig liedje over twee mislukkelingen. Door de melancholische, nonchalante, manier van zingen en door de ene oneliner na de andere in de tekst, doorstond ik elke preek in het Portugees, alleen om Mr. Jones te kunnen horen.
‘We all want to be big big stars, but we got different reasons for that.’
‘Believe in me because I don't believe in anything, and I want to be someone to believe.’
Zo zag ik me ook in de kroeg zitten. Een paar weken later kwam Round Here uit, zo mogelijk nog mooier en ik kon niet genoeg krijgen van het ingehouden cynisme in de stem van Duritz: ‘She says she's tired of life; she must be tired of something.’
Terug in Nederland kocht ik meteen de cd (dat deed je in 1994). De kracht van de plaat zit in de Stem van Duritz. Geen ‘stem’, maar een ‘Stem’, zoals Tom Yorke (Radiohead) en Stuart Staples (Tindersticks). Een Stem is niet per se aangenaam maar altijd onmiskenbaar, en hij krast over je ziel als een ballerina op klapschaatsen.
Maar die kracht is bij Duritz ook meteen zijn zwakte. Op de tweede plaat en elke plaat daarna komt die stem je de keel uit. Opeens hoor je geen ingehouden emotie meer, maar bedacht larmoyant gedrein van een verwende kleuter, die ontdekt heeft hoe hij eenmaal de aandacht heeft kunnen vangen.
Wie trouwens ook een Stem heeft is Pascal Jacobsen van Bløf, de saaiste band van Nederland. Het zal wel niet toevallig zijn dat de twee bands hebben samengewerkt. Allebei een oeuvre van zeurliedjes van de strekkende meter met een onmiskenbare Stem.
Er zijn mensen die Bløf heel hoopvol de Nederlandse Counting Crows noemen. Dat maakt helaas van de Counting Crows de Amerikaanse Bløf.
[Ja, in de oorspronkelijke versie van deze bijdrage stond een verwijzing naar Lynyrd Skynyrd, de band die nagenoeg in een keer werd weggevaagd in 1977 bij een vliegtuigongeluk. En nu niet meer.]
Vast bij dezelfde mensen die het megalomane Rood van Borsato mooi vinden. Of juist niet, mensen die denken dat de aan elkaar gesliste woordbrij van Bløf juist heel diep is.
Even een column van mij van vorig jaar voor het Mojo Music Magazine (bestaat niet meer)
Mijn indexpunten: August and Everything After – Counting Crows
Iedere zanger moet een stem hebben. Adam Duritz van Counting Crows heeft er een. Het was lente 1994 en ik was droevig. Droevig in Portugal, dat wel, waar de zonkans in maart 98 procent is en de temperatuur overdag kan oplopen tot 20 graden. Op mijn gettoblaster luisterde ik naar RFM, een Radio3-achtige zender die elke dag besloot met een praatje door een priester.
Op deze zender hoorde ik op een dag Mr. Jones van Counting Crows. Het is een weemoedig liedje over twee mislukkelingen. Door de melancholische, nonchalante, manier van zingen en door de ene oneliner na de andere in de tekst, doorstond ik elke preek in het Portugees, alleen om Mr. Jones te kunnen horen.
‘We all want to be big big stars, but we got different reasons for that.’
‘Believe in me because I don't believe in anything, and I want to be someone to believe.’
Zo zag ik me ook in de kroeg zitten. Een paar weken later kwam Round Here uit, zo mogelijk nog mooier en ik kon niet genoeg krijgen van het ingehouden cynisme in de stem van Duritz: ‘She says she's tired of life; she must be tired of something.’
Terug in Nederland kocht ik meteen de cd (dat deed je in 1994). De kracht van de plaat zit in de Stem van Duritz. Geen ‘stem’, maar een ‘Stem’, zoals Tom Yorke (Radiohead) en Stuart Staples (Tindersticks). Een Stem is niet per se aangenaam maar altijd onmiskenbaar, en hij krast over je ziel als een ballerina op klapschaatsen.
Maar die kracht is bij Duritz ook meteen zijn zwakte. Op de tweede plaat en elke plaat daarna komt die stem je de keel uit. Opeens hoor je geen ingehouden emotie meer, maar bedacht larmoyant gedrein van een verwende kleuter, die ontdekt heeft hoe hij eenmaal de aandacht heeft kunnen vangen.
Wie trouwens ook een Stem heeft is Pascal Jacobsen van Bløf, de saaiste band van Nederland. Het zal wel niet toevallig zijn dat de twee bands hebben samengewerkt. Allebei een oeuvre van zeurliedjes van de strekkende meter met een onmiskenbare Stem.
Er zijn mensen die Bløf heel hoopvol de Nederlandse Counting Crows noemen. Dat maakt helaas van de Counting Crows de Amerikaanse Bløf.
[Ja, in de oorspronkelijke versie van deze bijdrage stond een verwijzing naar Lynyrd Skynyrd, de band die nagenoeg in een keer werd weggevaagd in 1977 bij een vliegtuigongeluk. En nu niet meer.]







